In de jaren 1970 waren er naar schatting slechts zestien vrouwelijke regisseurs actief binnen de Amerikaanse onafhankelijke filmindustrie. Enkele voorbeelden van deze regisseurs zijn Barbara Loden, Eliane May, Anne Bancroft, Lee Grant, Joan Micklin Silver, Penny Allen en Claudia Weill. In haar boek “Liberating Hollywood” legde Maya Montañez Smukler de schijnwerpers op hun opmerkelijke carrières. Deze vrouwelijke regisseurs begonnen vaak als actrices en roeiden tegen de stroom in.
Toch slaagden ze erin zich een weg te banen binnen de overheersende mannelijke cultuur van Hollywood. Met het filmprogramma Liberating Hollywood – Female Filmmakers of 1970s American Cinema toont het Eye Filmmuseum het werk van vrouwelijke regisseurs in het Amerika van de jaren 1970. Deze vrouwelijke regisseurs pionierden tijdens de tweede feministische golf in de filmindustrie. Toch is hun werk zelden of nooit in Nederland te zien geweest.
Over het filmprogramma Liberating Hollywood – Female Filmmakers of 1970s American Cinema
Een van de hoogtepunten van het filmprogramma Liberating Hollywood – Female Filmmakers of 1970s American Cinema is de dramafilm Wanda (1970) van Barbara Loden. Wanda wordt op 5 maart 2025 door het Eye Filmmuseum uitgebracht in de landelijke filmtheaters. Daarnaast opent het filmprogramma Liberating Hollywood – Female Filmmakers of 1970s American Cinema op 5 maart. Dit filmprogramma loopt tot en met 8 april 2026.
De Amerikaanse dramafilm Wanda is niet alleen geregisseerd door Barbara Loden. Zo schreef ze ook het scenario van de film en geeft ze een fenomenale acteerprestatie als de op drift geraakte gescheiden vrouw Wanda. Ze verlaat haar kinderen en gaat op pad door de vervallen “rust belt” van Pennsylvania. Wanda was ooit een zelden vertoonde cultfilm, maar is tegenwoordig uitgegroeid tot een klassieker van feministische cinema.
Daarnaast is Wanda onlangs verkozen tot een van de vijftig beste films aller tijden in een poll door het bekende filmtijdschrift Sight and Sound. Naast dat Wanda op 5 maart wordt uitgebracht in de landelijke filmtheaters, is de film vanaf die datum ook te zien op de Eye Film Player: de on-demand streamingdienst van het Eye Filmmuseum. Op 8 maart, de Internationale Vrouwendag, is er een nagesprek bij de filmvertoning van Wanda.

Ondanks dat de dramafilm Wanda tegenwoordig bekender is geworden, heeft een film als Girlfriends (1978) van Claudia Weill niet dit geluk gehad. In Girlfriends voelt de jonge New Yorkse fotograaf Susan zich wat verloren wanneer haar beste vriendin en kamergenoot abrupt verhuist om te trouwen. Deze verfrissend authentieke, onafhankelijke film vol wrange humor vormde de inspiratie voor Greta Gerwigs films als Frances Ha (2012) en Lena Dunhams serie Girls. Weill regisseerde zelfs een aflevering van de serie Girls.
Een andere minder bekende film uit het filmprogramma Liberating Hollywood – Female Filmmakers of 1970s American Cinema is de film Between the Lines (1977). Regisseur Joan Micklin Silver schetst invoelend en met humor de relaties tussen mannelijke en vrouwelijke redactieleden van een hip weekblad dat zich in de moeilijkheden bevindt. Het filmprogramma bevat verder ook de zwarte komediefilm A New Leaf (1971) van regisseur Elaine May en de ontroerende dramafilm Tell Me a Riddle (1980) van regisseur Lee Grant.
De prachtig vormgegeven dramafilm Hester Street (1975) is ook onderdeel van het filmprogramma. Hester Street is net zoals Between the Lines geregisseerd door Joan Micklin Silver. Op 8 april duiken Martin Koolhoven en Ronald Simons tijdens de Women Who Shot Back Night dieper in de horrorcultfilm The Mafu Cage (1978) van regisseur Karen Arthur.

Ongelijkheid in Hollywood
In het tijdperk van de stille film waren er ongeveer 57 vrouwen actief als regisseur in de Verenigde Staten. Van de vroege jaren 1930 tot de late jaren 1960 maakten alleen Dorothy Arzner en Ida Lupino commerciële films in Hollywood. Tussen 1961 en 1966 kwamen hier twee vrouwelijke filmmakers uit New York bij. Zo regisseerden Shirley Clarke en Juleen Compton onafhankelijke films buiten Hollywood om.
Pas in de late jaren 1960 begon het aantal vrouwelijke regisseurs weer iets toe te nemen. Tussen 1966 en 1980 waren er ongeveer zestien vrouwen die speelfilms maakten gericht op een groter publiek. Soms werd dat binnen het studiosysteem gedaan en soms als onafhankelijke filmmakers met een zeer klein budget. Voor een lange tijd was men in Hollywood ervan overtuigd dat vrouwen ongeschikt waren om te regisseren.

De weerstand van Hollywood tegen verandering was, zoals gewoonlijk, groot. De ongelijkheid begon al bij de filmopleidingen. UCLA en de University of Southern California (USC) waren de springplank naar Hollywood. Toch kenden ze voornamelijk mannelijke studenten. Vrouwen begonnen zich te organiseren en richtten in 1972 de Writers Guild Women’s Committee op om genderdiscriminatie aan te tonen.
Toch liepen hun herhaalde ontmoetingen met studiobazen op niets uit. Vervolgens probeerde een groep feministen tevergeefs om de Directors Guild ertoe te bewegen meer vrouwen toe te laten via het Women’s Steering Committee, dat opgericht werd in 1979. Bijna alle vrouwen die in deze tijd van de tweede feministische golf een kans zagen om een film te regisseren, hadden slechts een zeer korte carrière als speelfilmregisseur.
Enkele van deze vrouwelijke regisseurs maakten daarna hooguit televisiewerk. De vrouwelijke regisseurs die in de jaren 1980 debuteerden, konden vaak wel langer hun vak blijven uitoefenen. Dat deden ze mede dankzij het pionierswerk van hun oudere collega’s. Van 5 maart 2026 tot en met 8 april 2026 krijgt het pionierswerk van deze vrouwelijke regisseurs eindelijk de aandacht die het verdient tijdens het filmprogramma Liberating Hollywood – Female Filmmakers of 1970s American Cinema bij het Eye Filmmuseum.

