Jurassic Park III is naar mijn mening de zwakste film uit de originele filmtrilogie. De film bevat interessante ideeën en thema’s, maar onderbouwt ze amper. Jurassic Park III bevat daardoor een magertjes verhaal. De korte speeltijd van de film is hierdoor – over het algemeen – een pluspunt. De film is kort, waardoor die ook sneller is afgelopen. Aan de andere kant is de korte speeltijd van de film ook een nadeel. Het verhaal gaat te snel door de gebeurtenissen heen. Bovendien zijn deze gebeurtenissen onderontwikkeld. Dit komt doordat Jurassic Park III niet alleen een korte speeltijd heeft, maar ook een rap tempo in zijn verhaalverloop bevat. Zelfs de filmmuziek van de legendarische componist John Williams valt tegen. De componist brengt weinig nieuwe bijzondere muzikale thema’s tot de franchise – iets wat hij wel deed in The Lost World: Jurassic Park. Toch zorgt Williams bij de eerste echte verschijningen van dinosaurussen met zijn filmmuziek voor een ontroerend moment. Tijdens deze scène realiseerde ik me dat het kijken van deze films me nooit zal vervelen. Toch kan ik nog steeds kritisch op de films zijn, want – boy, oh boy – bevat Jurassic Park III veel stommiteiten, rommeligheden en problemen. De lastige en verschrikkelijke productie van Jurassic Park III is daar grotendeels voor te danken. Toen de film in productie ging, waren de scenarioschrijvers nog steeds bezig met het werken aan het verhaal. Er is nooit een definitieve versie van het scenario voltooid tijdens de productie van Jurassic Park III. Het middelste gedeelte van het scenario was niet compleet en het einde moest nog geschreven worden. Dit zorgde voor een, zachtjes uitgedrukt, hectische productie. Het is niet gek dat de scenarioschrijvers en regisseur Joe Johnston keuzes hebben moeten maken, die gemaakt zijn met de best intenties, maar nog steeds tot een belabberd en redelijk tam filmverhaal hebben gezorgd. Sam Neill’s personage Dr. Alan Grant zegt het zelf het beste: “Some of the worst things imaginable are being done with the best intentions.”

No Way Up (2024) – Filmrecensie

No Way Up is een van de eerste rampenfilms die geschikt is voor mensen met vliegangst, watervrees of angst voor haaien. No Way Up is namelijk een overdreven en mislukte rampenfilm die de angsten van deze mensen zo zou kunnen wegtoveren. De rampenfilm is zo chaotisch slecht dat het enigszins humoristisch is om te aanschouwen. No Way Up levert een reeks vervelende, vreselijke en onhandige gebeurtenissen die elkaar snel opvolgen. Toch voelen deze gebeurtenissen niet verdient of oprecht aan. Bovendien zijn deze momenten niet sterk opgezet in het verhaal. De film zit ook nog eens vol met willekeurige en plotselinge traumatische achtergrondverhalen die de film alleen maar remmen, in plaats van dat ze het verhaal onderbouwen of ondersteunen. Het helpt ook niet dat No Way Up continuïteitsproblemen in zijn film heeft. Bloedvlekken verdwijnen van het ene op het andere moment en een kapsel dat in een vorige scène nat was, is in de volgende scène (onverklaarbaar) droog. Technisch zit de film ook niet sterk in elkaar. Het camerawerk van cinematograaf Andrew Rodger is belabberd. Zijn camerawerk is regelmatig te schommelig. Daarnaast zijn de kaders uit zijn camerawerk ook niet best te noemen. De kaders waarin verhaaldetails bekend worden gemaakt zijn zo slecht dat je belangrijke plotpunten gemakkelijk kunt missen: zoals een haai dat dreigend voorbij een raam van een neergestort vliegtuig zwemt. De montage van filmmonteur van Adam Recht is ook bagger. Vooral in de gevechtsscènes of filmmomenten waarin rampen gebeuren, stelt Recht in zijn montage teleur. De filmmonteur knipt en plakt de beelden zo snel achter elkaar dat de film onduidelijk te volgen is tijdens deze scènes. Het oogt te chaotisch. De computer gegenereerde beelden en praktische effecten zijn net zo slap. De nagemaakte lichamen, van de mensen die verdronken zijn, zien er nep uit. Ze bewegen en zien er uit als poppen. De computer gegenereerde beelden van de haaien zien er regelmatig nog nepper uit. Is er dan niets goed op te noemen over No Way Up? Dat wel, maar veel is het niet. De acteerprestaties van Colm Meaney en Will Attenborough zijn zo overdreven dat beide acteurs vermakelijk zijn om te aanschouwen. Daarnaast moest ik ook wel lachen om de enkele grap: “You confuse exercise with extra fries.” Voor de rest is er weinig goeds op te noemen over deze film. De film, en een groot gedeelte van de cast, neemt het verhaal zo serieus, dat er ook minder gelachen kan worden over hoe slecht No Way Up is. Terwijl, eerlijk gezegd, gelach het beste is waar deze film op kan hopen…

Blue Beetle (2023) – Filmrecensie

Blue Beetle is een van de allerlaatste films die uit kwam in het DC Extended Universe: het gemixt ontvangen filmuniversum van DC Comics. De grote vraag is: kan Blue Beetle filmliefhebbers met nog enigszins positieve herinneringen aan het DCEU overlaten? De film slaagt hier naar mijn gevoel wel in. Regisseur Angel Manuel Soto en scenarioschrijver Gareth Dunnet-Alcocer geven in Blue Beetle weer dat het leven een reis is. De eindbestemming van deze reis weten we nooit, maar dat is niet erg. Het belangrijkste is dat de reis samen gemaakt wordt met je familie en vrienden. Zoals een van de personages uit Blue Beetle zegt: “La familia, that’s forever. That lasts.” Blue Beetle geeft hartverwarmend het belang van familie weer. Het is de relatie met zijn familie die deze held super maakt. De cast levert krachtige acteerprestaties in de scènes die niet gerelateerd zijn aan superhelden momenten. Superhelden fans zullen daardoor minder geïnteresseerd kunnen zijn in Blue Beetle. De film bevat zeker de nodige actie, maar de empathische en humane filmmomenten krijgen voorrang in deze film. Blue Beetle bespreekt verder onderwerpen als racisme, nepotisme, politiegeweld en discriminatie. Helaas gaan de filmmakers te ongenuanceerd om met deze onderwerpen. Het is belangrijk om deze onderwerpen aan te kaarten, maar zonder nuance raakt de boodschap al snel verloren.

Is The Lost World: Jurassic Park een perfecte film en net zo iconisch als zijn voorganger Jurassic Park? Nee. Bevat de film rommelige en problematische aspecten? Ja. Is de film nog steeds vermakelijk, interessant en simpelweg geweldig? Zeker! The Lost World: Jurassic Park is een cultklassieker onder de Steven Spielberg filmklassiekers. Ook al is de film verreweg van perfect, The Lost World: Jurassic Park levert genoeg geweldige, gruwelijke en spannende filmische momenten op. The Lost World: Jurassic Park blijft daarom ook een van de beste vervolgen op de filmklassieker Jurassic Park.

Trolls is een vrolijke animatiefilm. De animatiefilm probeert de (jonge) filmtoeschouwers te laten zien hoe je blij kunt zijn, want blijdschap zit in ons allemaal. Trolls bespreekt gevoelens als depressie, melancholie en blijdschap. De film benoemt het probleem van ongelukkig, angstig en melancholisch zijn. Tegelijkertijd laat de film zien dat altijd happy-go-lucky zijn, ook niet een realistische optie is. Helaas lukt het de filmmakers niet altijd om deze belangrijke en serieuze boodschap weer te geven. Het gebruik van rappe montagetechnieken, inclusief iconische en energieke liedjes, zorgt er regelmatig voor dat de boodschap meerdere stappen terug moet doen om ruimte te maken voor flauwiteit en filmvermaak. Hier is in principe niet iets mis mee. Trolls is een animatiefilm die overduidelijk gericht is op een jonger publiek. Toch was het fijn geweest als de serieuze boodschap van het verhaal meer in balans was gebracht met de humoristische toon van de film.

Hoe cool klinkt 65? Dit is een film waarin een buitenaardse astronaut 65 miljoen jaar geleden neerstort op een, voor hem, onbekende planeet. De astronaut weet alleen niet dat hij eigenlijk is neergestort op onze planeet die nu nog bomvol zit met dinosaurussen. Met de naderende komeet die de wereld van de dinosaurussen zal laten instorten, bevindt deze astronaut zich in een strijd tegen de tijd om zo snel mogelijk een reddingsschip te bereiken. 65 klinkt met deze beschrijving als een krankzinnig coole film. Helaas is 65 niet zo geweldig geworden als het filmverhaal klinkt. 65 is het soort film dat een geweldig idee voor een filmverhaal bevat, maar dit concept niet naar een sterke film weet over te zetten. De film bevat gelukkig wel enkele positieve punten. Het acteerwerk van Adam Driver is redelijk goed. De acteur oogt betrokken bij de film. Daarnaast levert hij een zo goed mogelijke acteerprestatie met het materiaal dat hij gekregen heeft. De jonge actrices Ariana Greenblatt en Chloe Coleman leveren ook geen slecht acteerwerk in deze film, maar ze krijgen – net zoals Nika King – maar weinig te doen in 65. Het grootste pluspunt van 65 is het camerawerk van cinematograaf Salvatore Totino. De cinematograaf levert verbluffend camerawerk. Totino’s cinematografie is de grootste reden dat de tijdsgebonden filmwereld van 65 geloofwaardig overkomt. De film is overal niet verschrikkelijk slecht, maar is wel flink teleurstellend doordat de filmmakers niet de potentie van deze spannende sciencefiction thriller en actiefilm weten waar te maken.

Met Asteroid City laat regisseur Wes Anderson de kunst van de ervaringsfilm zien. Een absurdistisch – en regelmatig onlogisch – verhaal zet goed de toon voor Andersons speelfilm neer. De filmmaker benadrukt dat het doel van creativiteit is om te voelen – niet om het te begrijpen of overanalyseren. Anderson gaat nog een stapje verder door indirect te zeggen dat het doel van creatievelingen is om hun verhaal zelfs te vertellen als ze het niet begrijpen. “Don’t try to understand it. Feel it,” zegt een van de bijpersonages in Christopher Nolans film Tenet. Hiermee lijkt de regisseur duidelijk in te spelen op de verwarring die filmtoeschouwers kunnen ervaren tijdens het kijken van de film. Andersons nieuwste speelfilm Asteroid City behoort – net zoals Tenet – tot het rijtje films die je beter kunt proberen te ervaren dan te begrijpen. Anderson speelt net zoals Nolan sterk in op het subgenre van de ervaringsfilm. Waar Nolan dit vooral deed op een audiovisueel gebied, pakt Anderson dit anders aan. In Asteroid City wordt het belang van de ervaringsfilm op zowel een audiovisueel als narratief gebied belicht. Op de voorgrond lijkt Asteroid City een absurdistische tragikomedie met veel glorieuze en humoristische onzin te zijn. Toch vertelt de film meer dan in eerste instantie overkomt. In zijn film laat Anderson zien dat creativiteit verbonden is aan sterfelijkheid. Niemand is onsterfelijk, maar de verhalen die we vertellen en onthouden, blijven bestaan. De regisseur gaat naar het basisdoel van alle creaties: het vertellen van verhalen. Anderson benadrukt hierbij dat het belangrijker is om een verhaal te kunnen voelen, dan te begrijpen. Asteroid City laat daarmee dualiteit van creativiteit zien, want om creatief te zijn moet je zowel beschikken over verbeeldingskracht als kritisch, reflecterend en analytisch vermogen. Creatief zijn is net zo lastig als het leven zelf. De regisseur lijkt dit te belichten door op meerdere aspecten te willen inspelen op thema’s rondom levenservaring(-en). In Asteroid City wordt richting het einde van de film meerdere malen gezegd: “You can’t wake up, if you don’t fall asleep.” Dit metafoor staat – naar mijn gevoel – voor het idee dat je gebeurtenissen in je leven eerst zal moeten voelen of ervaren. Op een later moment zul je pas begrijpen wat deze levenservaringen en gebeurtenissen voor je betekenen. Het accepteren van het niet altijd rooskleurige leven, vol ongemakkelijke levenservaringen en moeilijke emoties, zorgt ervoor dat je je eigen blauwdruk beter leert begrijpen. Eerst zul je moeten gaan verwerken en ervaren wie je bent. In Asteroid City hebben meerdere personages te maken met onzekerheden, identiteitsproblemen en onverwerkte trauma’s. Jason Schwartzmans Augie Steenbeck is emotioneel niet beschikbaar nadat hij zijn vrouw – en moeder van zijn vier kinderen – heeft verloren. Scarlett Johanssons Midge Campbell ziet haarzelf als een slechte moeder. Ze heeft haar kinderen niet als prioriteit heeft. Daar ervaart ze geen schuldgevoelens over. Sterker nog: deze heeft ze nooit gehad, maar wel gespeeld als actrice. Dit klein stukje dialoog is snel voorbij, maar het zegt zoveel over haar personage en de ware aard van Asteroid City als film. Anderson lijkt met Asteroid City het turbulente leven te willen onderzoeken. Wat zorgt ervoor dat we verhalen willen vertellen als het leven zo regelmatig verschrikkelijk en onbegrijpelijk is? De regisseur speelt op een wat rommelige, maar uitzonderlijke manier met al deze bovengenoemde thema’s. Dit heeft er toegeleid dat Asteroid City een toekomstige filmklassieker is die je minimaal een keer in je leven gezien moet hebben.

Killers of the Flower Moon is de eerste Martin Scorsese film die ik echt vind tegenvallen. De film bevat enkele indrukwekkende productie en technische elementen. Ook bevat de film subliem acteerwerk van Lily Gladstone en enkele andere acteurs wiens namen zo onbekend zijn dat ze bijna nooit besproken worden. Toch moet ik zeggen dat deze meer onbekende acteurs – zoals Ty Mitchell, Tommy Schultz, Gene Jones, Yancey Red Corn en Jason Isbell – beter acteerwerk leveren in vergelijking met grotere filmsterren als Leonardo DiCaprio en Robert De Niro. De iconische filmmaker is op zijn best in Killers of the Flower Moon wanneer zijn focus op het onbekende ligt. Wanneer Scorsese de focus legt op minder beroemde acteurs en actrices, lijkt de film meer te schijnen. Hetzelfde kan gezegd worden voor wanneer de filmmaker zijn schijnwerpers richt op onderbelichte culturen en ongetelde historische verhalen. Toch lijkt Scorsese vaak nog terug te schieten naar zijn bekende narratieve thema’s en beroemde acteurs. Scorsese beperkt zich regelmatig genoeg tot het bekende soort verhaal – vol Amerikaanse hebzucht, onrechtvaardigheid en wraak – dat hij al zo vaak heeft verteld. Hierdoor lijkt de regisseur het veilig te spelen met zijn nieuwste film. Net zoals dat ikzelf in conflict ben met mijn reactie tot Killers of the Flower Moon, lijkt Scorsese te worstelen met zichzelf en het soort verhaal dat hij wil vertellen in deze film. De regisseur komt nauwelijks aan de oppervlakte van onbekende, spannende en nieuwe thematische identiteiten. Wanneer hij dat wel doet, blinkt hij uit. Wanneer hij deze nieuwe (originele) route niet volgt, voelt het alsof hij zichzelf imiteert. Alsof Scorsese onbedoeld zijn visie en stijl afzwakt – wat al snel leidt tot een mindere film. Omdat Scorsese toch ongekende historische verhalen en onderbelichte culturen laat zien, lijken filmliefhebbers en recensenten de film te erkennen als een meesterwerk. Hoe graag ik de film ook zo had willen zien – zeker door enkele briljante aspecten – stelt Killers of the Flower Moon me zo teleur dat ik de film niet anders dan een rommelige imitatie van eerdere Scorsese films kan noemen.

The Whale (2022) – Filmrecensie

The Whale is een film die ik bewust voor een langere tijd heb vermeden te kijken. Dit komt vooral doordat ik net zoals het, door Brendan Fraser gespeelde, hoofdpersonage een verstoorde relatie heb met eten. De melancholische toon en de heftige onderwerpen uit het verhaal kunnen veel los brengen bij filmtoeschouwers. Sommige zullen geshockeerd achterblijven terwijl anderen zich zullen ergeren aan hoe deprimerend deze film is. The Whale bracht bij mezelf vooral veel verdriet los doordat ik me enorm herkende in de worstelingen van het hoofdpersonage Charlie. Nee, ik ben niet zo zwaarlijvig als Charlie, maar toch weet ik wat het is om (bijna) dagelijks last te krijgen van niet te stoppen eetbuien. De (innerlijke) worstelingen die Fraser uitstraalt waren zo pijnlijk herkenbaar dat ik nu – na het zien van The Whale – inzie hoe groot mijn verstoorde relatie met voeding is. In de afgelopen jaren is dit een oprecht probleem bij mezelf geworden, maar ik kon dat pas inzien nadat ik deze film had bekeken. Net zoals Charlie maak ik regelmatig momenten mee dat ik willekeurige voedingsmiddelen ging combineren om een bepaald gevoel van melancholische leegte te stillen. Waar Charlie dit doet met extra plakken ham en mayonaise op een salami pizza, doe ik dit bijvoorbeeld door ’s nachts een half pak rijst te koken en daar dan puur ketchup of mayonaise overheen te doen als garnering. Net zoals Charlie bestel ik bijna altijd zodra ik de mogelijkheid heb. Nog niet zo lang geleden deed ik dit regelmatig meerdere keren per dag. De realisatie dat mijn relatie tot voeding zo verstoord en overheersend is geworden, doet pijn. Toch ben ik The Whale als film en de filmmakers daarachter dankbaar dat ze deze film hebben gemaakt. Geeft The Whale een perfect accuraat beeld weer van hoe ieder zwaarlijvig persoon (of mens met een eetstoornis) kan worstelen met zichzelf? Tuurlijk niet, maar alsnog mag het werk van de cast en crew gewaardeerd worden. Ze belichten dit nog regelmatig onbesproken onderwerp. Ondanks dat niet iedereen het over de kwaliteit van deze poging eens zal zijn, mag de moeite door zowel critici als filmbewonderaars gewaardeerd worden. Er zullen net zoals ikzelf anderen zijn die zich kunnen herkennen in Charlie’s conflicten met zijn leven en de plek die voedsel daarin neemt. The Whale is uiteindelijk een dramafilm die ongelofelijk veel bij mezelf heeft los gebracht. Filmliefhebbers en recensenten beschrijven deze nieuwste film van regisseur Darren Aronofsky als aangrijpend. Dit is zeker een geschikte term, maar ik durf zelfs een stap verder te gaan en te zeggen dat The Whale een levensveranderende film voor me is. Vooral doordat ik mijn worstelingen met voeding nu kan (h-)erkennen en eraan kan gaan werken.

Le Pot-Au-Feu (2023) – Filmrecensie

Le Pot-Au-Feu is een heerlijke film om te aanschouwen. Dit is voor een groot deel te danken aan het sublieme camerawerk van cinematograaf Jonathan Ricquebourg. De cinematograaf volgt op een gedetailleerde en indrukwekkende manier de kookkunsten van de hoofdpersonages. De film lijkt in zijn opbouw vormgegeven te zijn als een (figuurlijk en letterlijk) menu. Hierbij dienen verschillende filmmomenten en aktes als een aperitief, voorgerecht, hoofdgerecht en toetje. Le Pot-Au-Feu bestaat voor een groot gedeelte uit extensieve kooksessies. Tijdens de eerste dertig minuten zien we de hoofdpersonages en bijpersonages bijna aan een lijn door alleen maar koken en (fijn-)proeven. Dit kan voor sommige filmtoeschouwers als langdradig en saai overkomen. Echter kunnen filmtoeschouwers ook het tegenovergestelde ervaren. De cast en crew werken zo nauw samen tijdens de veelomvattende kooksessies dat de beelden je kunnen hypnotiseren. Le Pot-Au-Feu brengt je daarbij in een soort van trance waarbij je volledig wordt opgezogen in deze filmwereld. Het is net alsof je zelf aanwezig bent in de buitengewone keuken van Dodin Bouffant en direct aanschouwt hoe hij samen met zijn vrienden kookt, fijnproeft en geniet van het leven. Tijdens het kijken van Le Pot-Au-Feu is de kans groot dat je op een gegeven moment je maag hoort knorren. De cinematograaf volgt met zijn camera tijdens de kooksessies altijd het eten eerst. De filmtoeschouwers krijgen meerdere en diverse lekkere gerechten te zien. Hierbij brengt Ricquebourg bijzonder goed in beeld hoe veelzijdig een briljante kok moet zijn om zoveel diverse gerechten tegelijkertijd te kunnen bereiden en bedenken. Het ambacht van het koken, het eten, maar ook algemene levenslust wordt uitstekend overgebracht in deze Franse film. Le Pot-Au-Feu is simpelweg een film om van te smullen.