De film The Outrun is net zo echt en eerlijk als de alcoholverslaafde Rona. Zowel de film als het hoofdpersonage weten dat er geen manier is om het mooier te maken dan het is: Rona heeft een probleem. Ze weet dit, maar toch blijft het voor haar moeilijk om actie te ondernemen om de symptomen van haar verslaving te bestrijden. Ondanks dat het 29-jarige hoofdpersonage moeite heeft met het bestrijden van haar verslaving en haar pad van herstel te volgen, weet het, door Saoirse Ronan gespeelde, personage Rona in haar nuchtere periodes altijd eerlijk en realistisch tegenover haarzelf te zijn. Hier ligt dan ook direct een van de pijnlijkste punten van de film. Verslaafden weten regelmatig dat het beter is om te stoppen met het vertonen van hun destructieve verslavingsgedrag, maar het herkennen van een probleem is altijd iets anders dan het erkennen daarvan. The Outrun pakt op een unieke manier dit heftige onderwerp aan door de focus te leggen op de verleidingen van het toegeven aan verslavingsgedraag en dronkenschap. Hierbij laten de filmmakers zien dat er zeker redenen (of “zogenaamde” pluspunten) zijn om hieraan toe te geven. Toch betekent dit niet dat regisseur Nora Fingscheidt en scenarioschrijver en auteur Amy Liptrot bepleiten dat het toegeven aan verslavingsgedrag iets positief is. Het duo houdt de filmtoeschouwers niet voor de gek door eerlijk toe te geven dat er voor verslaafden pluspunten zijn om toe te geven aan hun verslavingsdrang. De filmmakers weten dat verslaafden geen problemen zouden hebben als er niets positiefs uit hun verslavingsgedrag te halen valt. In het geval van alcohol verdooft het niet alleen de pijn en de onzekerheden, want het versterkt regelmatig ook ontspannende en plezierige emoties. Dat Fingscheidt en Liptrot de focus leggen op de moeilijke periodes van herstel en de kracht van verslavingsdrang, boven de beloningen van nuchter blijven, is precies de punt van het verhaal. Op deze manier weten de filmmakers je mee te nemen in de bijzondere gedachtewereld en gemoedstoestanden van het hoofdpersonage. De regisseur weet samen met cinematograaf Yunus Roy Imer en filmmonteur Stephan Bechinger de filmtoeschouwers te laten zien dat verslaving zintuiglijke en lichamelijke signalen manipuleert en deze eigen maakt, wat resulteert in een verslaafd geloof dat je niet zonder de door jou gekozen middel(-en) kunt.
Avant-Drag! weet met poëtische audiovisuele beschrijvingen een kijkje te leveren in het dagelijkse leven van creatieve dragartiesten die in Griekenland wonen. Hierbij laat de film zien hoe deze dragartiesten zich creatief uiten door te borduren, schilderen, breien, zingen en (activistisch) op te treden. Hiernaast laat de documentairefilm ook zien hoe deze dragartiesten en mensen uit de LGBTQ+ gemeenschap kunnen worstelen met hun verleden. Regisseur Fil Ieropoulos en cinematograaf Mihalis Gkatzogias laten ook de effecten zien die discriminatie, racisme en seksisme op deze dragartiesten hebben. De film laat verder zien hoe de dragartiesten niet enkel de rollen van hun alter ego’s spelen. Zo vertellen enkele dragartiesten zelf dat ze zich pas compleet zijn gaan voelen nadat ze hun alter ego’s hebben aangenomen. Ieropolous probeert samen met de dragartiesten en de crew een politiek bewustzijn te creëren bij de filmtoeschouwers. Over het algemeen slagen ze hier goed in. Toch weerspiegelen enkele scènes de belachelijke beweringen van hun “vijanden” op een oncomfortabele en ongeschikte manier. Avant-Drag! speelt in op de vooroordelen en angsten die mensen hebben over dragartiesten en mensen uit de LGBTQ+ gemeenschap door deze als overdreven “waarheden” te presenteren. Zo laat de film zien hoe Kangela Tromokratisch speelgoedbaby’s als maaltijden aan het bereiden is. Hiermee spelen de filmmakers en de dragartiest in de op de angst dat mensen uit de LGBTQ+ gemeenschap een gevaar vormen voor de jeugd. Ze doen dit op een overdreven en absurdistische manier. Het probleem is dat er niet duidelijk genoeg gemaakt wordt dat dit satire is. Door niet expliciet de context van deze grappen te benoemen, gooien de filmmakers extra olie op het vuur voor de groep mensen die deze vooroordelen en angsten hebben. Dit zie ik zelf niet als vervelend voor de groep mensen die discriminerend en haatvol naar de LGBTQ+ gemeenschap zijn. Ik zie het eerder als gevaarlijk voor de dragartiesten en de LGBTQ+ gemeenschap zelf, omdat deze filmmomenten vervormd kunnen worden naar materiaal wat tegen hun gebruikt kan worden. Aan de andere kant weet de film goed de grenzen te doorbreken van hoe ze hun punten willen overbrengen. De filmtitel Avant-Drag! geeft in zijn basis al duidelijk aan dat de filmmakers en dragartiesten de artistieke grenzen willen doorbreken. Zo is de filmtitel een duidelijke bespeling op het woord Avant-garde. De Avant-garde is een verzamelnaam voor progressieve en jonge kunstenaars, die artistieke autonomie en vernieuwing naar een hoger niveau tillen. Ze experimenteren (o.a.) met vormen in de schilderkunst, architectuur, film, theater en moderne dans. Het werk dat de dragartiesten en de filmmakers met Avant-Drag! leveren is ook artistiek vernieuwend en experimenteel, dus vandaar dat de filmtitel slim en goed uitgekozen is.
Als kind ging ik graag naar het strand om in de zee te zwemmen. Mijn favoriete moment tijdens zo’n strandbezoek was het trotseren van de zee. Ik ervaarde vooral plezier wanneer de zeegolven ruiger werden, waardoor je als kind gelanceerd werd in alle richtingen. Ondanks dat het zwemmen door deze botsende golven altijd plezierig startte, waren er regelmatig ook momenten dat ze te groot werden. Hierdoor werd het moeilijker om te genieten van het moment en moest ik al mijn kracht inzetten om zo snel mogelijk uit de golven te komen. Een eerste bezoek aan Berlijn kan vergeleken worden met het zintuigelijk gevoel van herhaaldelijk geraakt worden door zeegolven terwijl je aan het zwemmen bent. De golven blijven tegen je aan kaatsen – de ene keer ruiger dan de andere keer – terwijl je overeind probeert te blijven te staan. Het overeind blijven staan terwijl de golven van emoties, ervaringen, kennismakingen en geluiden op je afkomen blijkt een uitdaging op zichzelf te zijn. Berlijn is namelijk niet zomaar een stad. Als er een stad is met een rugzak vol intrigerende en verschrikkelijke geschiedenislessen, dan kan dat wel Berlijn genoemd worden. Een bezoek aan Berlijn is ontroerend mooi, maar bevat een onderliggend melancholisch gevoel dat veel toeristen en stedelingen meeneemt in vloedgolf van gewaarwordingen. De films die dit jaar vertoond werden tijdens de Berlinale zorgden allemaal stuk voor stuk bijzondere ervaringen vol overweldigende sensaties. Een goed voorbeeld hiervan is de Duitse experimentele documentairefilm What Did You Dream Last Night, Parajanov? De film zoekt de grenzen van interactieve documentaires en filmessays op. De film is geregisseerd door de Duits-Iraanse filmmaker Faraz Fesharaki. Hij is in 1986 geboren in Iran, maar woont en werkt in Berlijn. Tien jaar lang nam de filmmaker de gesprekken op die hij met zijn familie via videobellen had. In de film komen dan ook de filmmaker zelf en zijn ouders: Hasan Fesharaki en Mitra Kai voor. In zijn korte speeltijd weet de film momentopnames van de gesprekken tussen de filmmaker en zijn familie weer te geven. Deze momentopnames zijn net als herinneringen: vol ruis en onvolledig. What Did You Dream Last Night, Parajanov? is niet alleen een humoristische kijk op het familieleven van de filmmaker, maar ook een oprechte zelfreflectie op de dromen van Fesharaki. De regisseur weet dit effect te versterken en persoonlijker te maken, door de film een interactieve kant te geven. Filmtoeschouwers worden in de schoenen van de filmmaker en zijn gesprekspartners gestopt. Voor het filmpubliek voelt het alsof je betrokken bent bij de gesprekken en verhalen die de familieleden met elkaar delen. Fesharaki geeft de filmtoeschouwers een indirecte uitnodiging om deel te nemen aan deze gesprekken. Het is soms wat onduidelijk van welk perspectief iets wordt verteld, maar dit is geen groot probleem. What Did You Dream Last Night, Parajanov? is namelijk een poëtische film waarin de grenzen van wat mogelijk is met de experimentele vorm van biografische documentaires en essay-achtige narratieven worden opgezocht.
Mars Express is een verbluffende Franse animatiefilm. De film bevat een spannend verhaal waarin een typerende film noir (of eerder neo noir) detective een mysterieuze moord moet oplossen. Het oplossen van deze mysterieuze moord brengt de detective echter steeds dieper in een complot vol corruptie en verraad. Tegelijkertijd komt de detective steeds meer in conflict met haarzelf, en haar idealen, te staan. Deze beschrijving laat de film klinken als een veelvoorkomende thriller en mysteriefilm. Gelukkig is Mars Express veel meer dan dit. De Franse filmmakers schieten de ruimte in en gaan ze de sterren voorbij om nieuwe filmische grenzen te zoeken – en oude te verleggen. Zo worden de grenzen en overlappingen van filmgenres opgezocht. Sterker nog: Mars Express is een van de weinige animatiefilms die een filmgenre de kans geeft terug te laten keren. De Franse film staat op de voorgrond van de (weder-)geboorte van het filmgenre future noir: ook wel bekend als tech-noir of cyber noir. Deze filmterm werd eerder vooral gebruikt om Ridley Scotts sciencefiction film Blade Runner (1982) te beschrijven. Het is niet gek dat Blade Runner beschreven wordt als een future noir film, want Ridley Scott mengt in deze film elementen van sciencefiction films met film noir films. De Franse regisseur Jérémie Périn doet hetzelfde met zijn animatiefilm Mars Express. De Franse animatiefilm haalt inspiratie uit diverse filmgenres en de bijhorende filmklassiekers waar deze genres bekend om staan: van The Matrix (1999) tot Terminator 2: Judgment Day (1991). Toch is Mars Express een visueel adembenemende film die het sterkst in zijn kracht staat wanneer het losbreekt van zijn inspiratiebronnen en de grenzen voor toekomstige (future noir) animatiefilms verlegt. De film is een sterke aanrader die het best op zijn recht zal komen op het grote scherm.
Medusa Deluxe is een intense moordmysterie film. Het filmpubliek krijgt tijdens het kijken van Medusa Deluxe amper de kans om op adem te komen. Regisseur Thomas Hardiman weet met een krappe beeldverhouding van 4:3 op een bijzondere manier een benauwd gevoel te scheppen. De filmtoeschouwers ervaren dezelfde soort gejaagde en gespannen gevoelens als de personages. Toch is de film, maar deels een moordmysterie film. Medusa Deluxe gaat eigenlijk nog meer over de levens en de onderlinge relaties, rivaliteiten en conflicten van deze veelzijdige cast van personages. De mysterieuze moord op een van hun concullega’s start een (filmisch) proces waarbij het filmpubliek steeds meer te weten komt over de motivaties, drijfveren en emoties van deze personages. Het intieme camerawerk van cinematograaf Robbie Ryan begeleidt het filmpubliek door dit doolhof van trappengangen en mensenlevens. Medusa Deluxe is een memorabele film geworden die – net zoals diverse kapsels uit deze film – schittert door de uitstekende prestaties van de cast en crew.
Le Pot-Au-Feu is een heerlijke film om te aanschouwen. Dit is voor een groot deel te danken aan het sublieme camerawerk van cinematograaf Jonathan Ricquebourg. De cinematograaf volgt op een gedetailleerde en indrukwekkende manier de kookkunsten van de hoofdpersonages. De film lijkt in zijn opbouw vormgegeven te zijn als een (figuurlijk en letterlijk) menu. Hierbij dienen verschillende filmmomenten en aktes als een aperitief, voorgerecht, hoofdgerecht en toetje. Le Pot-Au-Feu bestaat voor een groot gedeelte uit extensieve kooksessies. Tijdens de eerste dertig minuten zien we de hoofdpersonages en bijpersonages bijna aan een lijn door alleen maar koken en (fijn-)proeven. Dit kan voor sommige filmtoeschouwers als langdradig en saai overkomen. Echter kunnen filmtoeschouwers ook het tegenovergestelde ervaren. De cast en crew werken zo nauw samen tijdens de veelomvattende kooksessies dat de beelden je kunnen hypnotiseren. Le Pot-Au-Feu brengt je daarbij in een soort van trance waarbij je volledig wordt opgezogen in deze filmwereld. Het is net alsof je zelf aanwezig bent in de buitengewone keuken van Dodin Bouffant en direct aanschouwt hoe hij samen met zijn vrienden kookt, fijnproeft en geniet van het leven. Tijdens het kijken van Le Pot-Au-Feu is de kans groot dat je op een gegeven moment je maag hoort knorren. De cinematograaf volgt met zijn camera tijdens de kooksessies altijd het eten eerst. De filmtoeschouwers krijgen meerdere en diverse lekkere gerechten te zien. Hierbij brengt Ricquebourg bijzonder goed in beeld hoe veelzijdig een briljante kok moet zijn om zoveel diverse gerechten tegelijkertijd te kunnen bereiden en bedenken. Het ambacht van het koken, het eten, maar ook algemene levenslust wordt uitstekend overgebracht in deze Franse film. Le Pot-Au-Feu is simpelweg een film om van te smullen.
Primus is een korte experimentele en romantische dramafilm uit 2022. De film is geregisseerd door filmmaker Jonas Smulders. Deze filmmaker kun je onder andere kennen voor het spelen van de hoofdrol in de speelfilm Luka. Smulders schreef samen met Randa Peters het scenario van Primus. De cast van de film bestaat uit onder Abke Haring, Pepijn Korfage, Hans Kemna en Esther Hartsinck. Primus is een zwart-witfilm over het verlangen naar ware liefde. De film vertelt het verhaal van Gond en Joep. Ze zien liefde voelen, ontvangen en geven als een essentieel onderdeel van een waardevol leven. In een wasserette waar geen einde aan lijkt te komen ontmoeten deze personages elkaar. In deze wasserette hopen ze na eindeloos wachten beloond te worden door de enige echte liefde – tussen de geboorte en de dood – tegen te komen. Primus is nu in de Nederlandse bioscopen te zien als de voorfilm van Luka. Mijn dank aan De Filmfreak en Herrie Film & TV voor het online recensie-exemplaar. Primus is gerealiseerd met behulp van De Ontmoeting. De Ontmoeting geeft opkomende en nieuwe filmmakers de kans om een project in te dienen en eventueel een korte film te maken.
Regisseur Jessica Woodworth lijkt met haar speelfilm Luka meer dan alleen een verfilming van Dino Buzatti’s boek De Woestijn van de Tartaren neergezet te willen hebben. Door het gebruik van grootse sets, bijzondere locaties en uitstekende productieontwerpen heeft Woodworth geprobeerd een eigen fantasierijke zwart-wit filmwereld neer te zetten. Luka lijkt als film ook elementen genomen te hebben van andere verhalen met grootse werelden – van Frank Herbert’s Dune en Suzanne Collins’ The Hunger Games tot J.R.R. Tolkien’s The Lord of the Rings. Woodworth heeft geprobeerd om een Vlaams epos te scheppen en dat mag zeker gewaardeerd worden. Het titulaire en gelijknamige hoofdpersonage weet in de film iedereens aandacht te pakken. Spijtig genoeg kan niet hetzelfde gezegd worden over de aandacht van het filmpubliek. Luka is als speelfilm “all talk and no action.” In andere woorden: Woodworth laat de personages veel mysterieuze onderwerpen bespreken en belooft veel grandiose verhaallijnen, maar er wordt maar weinig echt waargemaakt van deze veelbelovende woorden. De dialogen en verhaallijnen zijn net zoals de namen van de personages en de plaatsnamen niet bepaald memorabel. Woodworth maakt voor een visueel aangrijpende film ironisch genoeg te weinig gebruik van de filmregel “show, don’t tell.” De regisseur legt de focus op het raadselachtige praten en rituelen die uit een compleet andere wereld komen. Het filmverhaal wordt als legendarisch en groots neergezet. Spijtig genoeg voor Woodworth gaan deze twee elementen helemaal niet goed samen met haar experimentele regievisie. Wat overblijft is een film te abstract en experimenteel om in deze vorm van verhalen vertellen serieus te nemen.
Voor een dramafilm oogt The Great Silence regelmatig ook als een thriller en horrorfilm. Hierbij wordt er vooral in gespeeld op het angstaanjagende rouwproces, waarbij schuldgevoelens snel afgewisseld worden met gebeden voor vergiffenis. In The Great Silence speelt regisseur Katrine Brocks namelijk met het concept van verantwoordelijkheid bij rouwverwerking. Want kan er überhaupt iemand aangewezen die direct verantwoordelijk is bij een ongelukkig ongeval? Brocks lijkt in deze speelfilm deze vraag te willen onderzoeken. Hierbij speelt ze met haar film The Great Silence ook in op religieuze thema’s als hervorming en herrijzenis. De regievisie van Brocks is een van de sterkste aspecten uit deze film. The Great Silence bevat daarnaast een krachtige acteerprestatie van de nog steeds geweldige actrice Kristine Kujath Thorp. De actrice weet samen met Brocks te laten zien hoe religie gebruikt (of eerder misbruikt) kan worden om rouwverwerking en schuldgevoelens te vermijden. Naast Kujath Thorp weten ook Elliott Crosset Hove en Karen-Lise Mynster te overtuigen met hun acteerprestaties. De grootste sterren van de film zijn toch de crewleden van de geluidsafdeling. Ze leveren briljant en groots geluid af. De geluidsafdeling werk laat The Great Silence klinken als de luidruchtige kalmte voor een nog grotere oorverdovende stille storm. De juiste afwisseling tussen nerveuze repetitieve kleine geluiden en grootse stille momenten, zorgt voor meerdere momenten waar de filmtoeschouwers hun schreeuwende gedachten over dit filmverhaal niet meer kunnen beheersen. De film is dus op het technische gebied van geluid simpelweg een meesterwerk. Toch is deze Deense dramafilm door enkele minpunten niet volledig een meesterwerk geworden.
Munch is het soort film dat behoort tot een subgenre van historische en biografische dramafilms die gaan over kunstenaars. Net zoals soortgelijke films – denk aan At Eternity’s Gate en Lust for Life – weet de film schoonheid te vinden in het (regelmatig) sombere leven van een kunstenaar. In dit geval is de kunstenaar is kwestie niemand minder dan Edvard Munch. Filmmaker en regisseur Henrik Martin Dahlsbakken weet met zijn film in te spelen op de prachtige aard van melancholische herinneringen die als flitsen voorbij schieten terwijl je terugkijkt op het leven. De regisseur bewandelt met zijn film Munch een onconventioneel pad wat betreft biografische en historische dramafilms over kunstenaars. Martin Dahlsbakken legt in zijn film de focus niet op het verhaal van Munchs leven. In plaats daarvan gebruikt hij de film – en het bijhorende verhaal – om de diepgewortelde emoties van een van de grootste kunstenaars aller tijden te bestuderen. Acteur Alfred Ekker Strande, die de jongvolwassen en 21-jarige versie van de kunstenaar speelt, zegt in de film: “Sometimes, the plot isn’t the most important thing. It’s more about finding a certain frequency or one specific emotion.” De regisseur streeft ernaar dit te bereiken met Munch. En raad eens? Dit lukt hem ook nog eens. Martin Dahlsbakken weet op een briljante manier de hoopvolle melancholische geaardheid van Edvard Munch de rode draad van zijn speelfilm te maken. Doordat het verhaal van de film op de tweede plaats komt te staan, bevat Munch wel wat structurele problemen in het verhaalverloop en het tempo van het verhaal. Hierdoor kunnen filmtoeschouwers op enkele momenten verward naar het scherm kijken. Dit kritiekpunt mag dan, voor mij, een van de weinige minpunten zijn aan de speelfilm, maar het is wel direct een grote.