Dankzij het echte leven en verschillende Disneyfilms – zoals Cinderella (1950) en Snow White and the Seven Dwarfs (1937) – zijn de meeste mensen wel bekend met het fenomeen van gemene stiefmoeders. De Noorse Filmmaker Gunnbjörg Gunnarsdottir heeft dit concept gepakt en het een komische originele invalshoek gegeven. Haar komische familiefilm Victoria moet dood bevat geen stiefkinderen die zich gehoorzaam houden aan de regels en het gezag van hun stiefmoeder. In plaats daarvan bedenken ze een plan hoe ze hun stiefmoeder kunnen laten vermoorden. Het resultaat is een grappige familiefilm waarin het fenomeen van boze en kwaadaardige stiefmoeders gemengd wordt met concepten als huurmoordenaars, immigratiekwesties en ongelijkheid. Ondanks dat de opzet voor Victoria moet dood vrij uniek en geinig is voor een familiefilm, worstelt Gunnarsdottir met het uitwerken van de thema’s en onderwerpen uit haar filmverhaal. De rode draad uit de film is het plan van broer Hendrik en zus Hedwig om hun stiefmoeder Victoria dood te krijgen. De regisseur en scenarioschrijvers starten met een knal en weten in eerste instantie het momentum van het hoofdverhaal goed te behouden. Dit verandert op het moment dat er andere belangrijke onderwerpen geïntroduceerd worden in de film. Het filmverhaal raakt al snel overvol en overbeladen. Hierdoor raken de regisseur en scenarioschrijvers het focuspunt van de film kwijt en verliest het hoofdverhaal zowel zijn momentum als kracht.
Weerwolven hebben me altijd al geïnteresseerd. Al op een vrij jonge leeftijd maakte ik kennis met dit (monsterlijke) fenomeen. Zo las ik als kind graag de Dolfje Weerwolfje boeken van auteur Paul van Loon. De literaire avonturen van Dolfje Weerwolfje zijn niet de enige manier waarop ik kennis heb gemaakt met de kracht en macht van deze bijzondere wezens. Als tiener keek ik meerdere films over weerwolven. Hiervan hebben Terence Fishers The Curse of the Werewolf (1961) en John Landis’ An American Werewolf in London (1981) de grootste indruk op me achtergelaten. De verhalen rondom weerwolven – waarin mensen tegen hun vrije wil (letterlijk en figuurlijk) veranderen – hebben me altijd geïntrigeerd. Mijn geboeidheid door weerwolven bereikte een hoogtepunt in mijn late tienerjaren toen ik meerdere (korte) scenario’s begon te schrijven waarin weerwolven (of zogenaamde “veranderlingen”) een belangrijke rol speelde. In mijn vroege jaren als jongvolwassene verloor ik wat van mijn interesse richting deze buitengewone wezens. Met het kijken van Marvel Studios’ en Michael Giacchino’s Werewolf by Night (2022) werd mijn fascinatie voor deze klassieke monsters weer aangewakkerd. Na het kijken van Leigh Whannells Wolf Man (2025) is deze fascinatie verder uitgegroeid. Niet doordat Whannells horrorfilm geweldig is, maar doordat de regisseur en scenarioschrijver heeft laten zien dat er nog genoeg originele invalshoeken zijn om een filmverhaal over weerwolven te vertellen. Ondanks dat Wolf Man zeker geen perfecte (of zelfs geweldige) film is, mag dit punt zeker gewaardeerd worden.
Dinosaurussen mogen dan in het verleden over de aarde hebben geheerst, maar in het heden heersen ze nog steeds over de filmische verbeelding van bioscoopbezoekers over de hele wereld, waaronder ikzelf. Van al deze films weet Steven Spielbergs filmklassieker Jurassic Park het best de fantasierijke en filmische verbeelding van een filmwereld vol dinosaurussen te omvatten. Zo is Jurassic Park een epische film vol gruwelijk spektakel en adembenemende visuele beelden. De film oogt zowel oprecht als tijdloos. Jurassic Park is een fantastische filmrit die inspeelt op thema’s als familie en vriendschap. Ondanks het gebruik van grootse en spectaculaire filmscènes vol dinosaurussen, weet Jurassic Park het gevoel van authenticiteit te scheppen als een humane (familie-)film. De film bespreekt menselijke onderwerpen als hebzucht, kapitalisme, jaloezie, ouderschap, consumentisme en (technologische) vernieuwingen. In de film zijn de dinosaurussen voor een korte speeltijd op het scherm te zien. Dit is een groot onderdeel geworden van de mythische en mysterieuze filmmagie van Jurassic Park. Er kan geconcludeerd worden dat Jurassic Park om meerdere redenen ooit de succesvolste film ter wereld is geweest. Toen de film in 1993 in de bioscopen werd uitgebracht, veranderde het filmlandschap voor altijd. Sindsdien is de internationale filmwereld ook nooit meer hetzelfde geweest. Jurassic Park is – en blijft – een van de beste films aller tijden. Het is moeilijk om kort samen te vatten waarom deze film zo briljant is. Het is nog lastiger om met enkele woorden te omvatten wat deze film voor mij als persoon betekent en heeft betekend. Jurassic Park en de eerste twee vervolgen – The Lost World: Jurassic Park uit 1997 en Jurassic Park III uit 2001 – waren de eerste (liveaction) films die als jong kind echt een grote indruk op me achter lieten. Jurassic Park is simpelweg een adembenemende film die mijn verbeelding en liefde voor film nog steeds in de ban heeft.
Star Trek: Section 31 opent enigszins veelbelovend met de spannende en mysterieuze filmmuziek van componist Jeff Russo. Tijdens de filmbetiteling maakt de componist in zijn filmmuziek gebruik van bombastische blaasinstrumenten om voor een buitenaardse en fantasierijke filmsfeer te zorgen. De filmbetiteling hapert waarbij op meerdere momenten de studiologo’s omgekeerd op het beeld tevoorschijn komen. Hiermee weten de filmmakers goed in te spelen op het teruggekeerde concept van parallelle universums. Helaas worden de neergezette concepten en filmtermen amper (visueel) uitgelegd. Hetzelfde kan gezegd worden voor de thema’s uit de film. De thema’s en onderwerpen uit de film worden namelijk ook amper uitgewerkt of onderbouwd. Dit is best zonde, omdat regisseur Olatunde Osunsanmi en scenarioschrijver Craig Sweeney wel met enkele interessante ideeën voor thema’s en karakterontwikkelingen komen. Een film waarin een keizerin moet leren leven met haar genocidale verleden kan een aangrijpend verhaal opleveren – als er tenminste iets met dit opgezette narratief gedaan zou worden. Een filmverhaal met boeiende ideeën die niet uitgewerkt worden is net zo nutteloos als een tiran met spijt.
Quisling – The Final Days levert een aangrijpend audiovisuele karakterstudie van nederigheid en schuld. Regisseur Erik Poppe en scenarioschrijvers Anna Bache-Wiig, Siv Rajendram Eliassen en Ravn Lanesskog onderzoeken deze thema’s bij beide hoofdpersonages: Vidkun Quisling en Peder Olsen. Op de voorgrond van dit onderzoek staat een intens filmische portret van de laatste dagen (of eerder laatste maanden) van de voormalig Noorse minister-president Vidkun Quisling centraal. De focus ligt bij de audiovisuele karakterstudie en het filmisch portret vooral bij het onderlinge contact tussen Quisling en Olsen. De regisseur en scenarioschrijvers onderzoeken hoe deze twee mensen van elkaar verschillen en op welke (kleinere) gebieden ze overeenkomsten hebben. Quisling – The Final Days laat zien hoe elk mens een zondaar is, maar dat het herkennen, erkennen en omarmen van schuld zal kunnen leiden tot vergiffenis. Als het ware bepleiten de regisseur en scenarioschrijvers dat het beter is om nederig te blijven, schuld te bekennen en om vergiffenis te vragen, dan om standvastig vast te blijven klampen aan de ideologische overtuigingen dat je niets hebt gedaan om sorry voor te zijn.
Regisseur Steven LaMorte moet diep van binnen geweten hebben dat hij met Screamboat geen succesvolle of (echte) goede horrorfilm heeft kunnen maken die geïnspireerd en gebaseerd is op de geliefde Disneyanimatiefilm Steamboat Willie (1928). Dit heeft niet te maken met het feit dat deze korte animatiefilm en zijn gigantische studio niet geparodieerd (of bekritiseerd) kunnen worden. Het heeft meer te maken met het feit dat het concept om van een geliefd tekenfilmfiguurtje een seriemoordenaar te maken, in de korte tijdspanne van enkele jaren, overmatig is gebruikt. Bovendien was dit concept om te beginnen al niet zo leuk of baanbrekend. Het concept om (publieke domein) personages, zoals de Steamboat Willie versie van Mickey Mouse, te veranderen in gruwelijke en bloeddorstige monsters klinkt bizar en geinig als je er een grapje over maakt tegen vrienden. Toch zul je tijdens het kijken van een horrorfilm over een moordlustige versie van een geliefd en goedaardig personage, je al snel beseffen hoe oppervlakkig en saai dit narratieve concept eigenlijk is. De regisseur probeert het zwakke filmverhaal te verstoppen onder een grote laag humor, bloed en geweld. Dit zijn veelvoorkomende filmelementen in horrorfilms die gebaseerd zijn op publieke domein personages. Met het gebruik van deze overheersende en slecht uitgewerkte filmelementen, laat de film zien dat Screamboat niet alleen een slecht verhaal bevat, maar ook originaliteit mist. De enkele minuscule pluspunten van de film zijn dus niet goed of bijzonder genoeg om van Screamboat een film te maken die door zijn hilarische slechte kwaliteit, vermakelijk wordt.
In de Nederlandse oorlogsfilm Bezuidenhout bouwt het filmverhaal in momentopnames van verschillende jaren op naar het vergissingsbombardement van de Haagse wijk Bezuidenhout dat plaatsvond op 3 maart 1945. Door de inzet van filmische momentopnames en een korte speeltijd komt Bezuidenhout over als een episodische film. Een nadeel van de korte speeltijd en het gefragmenteerde filmverhaal is dat Bezuidenhout snel door zijn (historische) gebeurtenissen en karakterontwikkelingen heengaat. Hierdoor gaat de film ook minder diep in op de emotionele kern van het verhaal. Toch is het episodische karakter van het filmverhaal niet alleen een nadeel. Zo is het een goed teken dat ik graag nog meer had gezien van deze filmpersonages en filmportret van het Haagse verzet in de Tweede Wereldoorlog. De episodische formule van het verhaal speelt daarnaast goed in op een van de thema’s van de film: het verleden herinneren. De Tweede Wereldoorlog is meer dan 80 jaar geleden begonnen en het lijkt erop dat steeds meer gruwelijke gebeurtenissen die in deze oorlog zijn gebeurd, worden vergeten. Door de film een episodisch narratief te geven, lukt het de filmmakers ook om het verhaal als momentopnames van vergeten of vervaagde historische herinneringen weer te geven. Bezuidenhout oogt als een film waarin het hoofdpersonage terugblikt op zijn gefragmenteerde (en deels zelf ingevulde) herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Door Bezuidenhout een episodisch narratief te geven, bepleiten de filmmakers ook dat het maken van oorlogsfilm belangrijk is om de verschrikkelijke gebeurtenissen die in het verleden zijn niet te vergeten om ze zo ook niet te herhalen.
Elk mens zal als kind of tiener wel stressvolle momenten of periodes gehad hebben met een ouder. De Amerikaanse tragikomedie film Goodrich pakt dit menselijke concept en maakt het filmisch. Ondanks dat er betere tragikomedies en dramafilms zijn die stressvolle en ingewikkelde relaties tussen ouders en kinderen weergeeft, waagt Goodrich een ambitieuze poging om via een originele invalshoek dit onderwerp te bespreken. De kern van de kracht van de film ligt in de complexe relatie tussen Michael Keatons Andy Goodrich en Mila Kunis’ Grace Goodrich. Grace is Andy’s dochter uit zijn eerste huwelijk. Ze is 27 jaar ouder dan haar broer en zus en staat op het punt om zelf een baby te krijgen. Toen ze opgroeide, was haar vader meestal afwezig. Zo was hij meer (en vooral) bezig met zijn carrière en werk. Deze trend volgde Andy in zijn tweede huwelijk en zette zich voort bij zijn twee andere kinderen. Andy verandert echter van aanpak (en persoonlijkheid) wanneer zijn tweede vrouw besluit om naar een ontwenningskliniek te gaan om daar af te kicken van haar medicatieverslaving. Nu moet Grace toekijken hoe haar broertje en zusje de aanwezige en liefkozende vader krijgen die ze altijd zelf al had willen hebben. De pijn die Grace hierdoor voelt en de (letterlijke en figuurlijke) afstand die Andy heeft tot haar pijn vormen de grootste emotionele obstakels tussen deze twee filmpersonages. Met behulp van deze narrateive opzet en twee krachtige acteerprestaties van Keaton en Kunis weet regisseur en scenarioschrijver Hallie Meyers-Shyer een bijzondere film neer te zetten. Daarnaast laat Goodrich op een buitengewone manier zien dat een vader en dochter zielsverwanten kunnen zijn.
De verfilming van (de eerste helft van) Wicked is een prachtige audiovisuele liefdesbrief aan de liefhebbers van de gelijknamige theatermusical en de fantasierijke dromers van de geliefde verhalen van Oz. Een deel van wat Wicked zo geweldig maakt, is het feit dat de filmmakers de fantastische en creatieve elementen van de wereld van Oz niet uit de weg gaan. Er zijn pratende geiten die werken als docenten op universiteiten en mensen die op stelten lopen om ’s nachts lantaarns aan te steken. Regisseur Jon M. Chu omarmt de kleurrijke verbeelding van de wereld van Oz en verrijkt deze. Het zijn Chu en de scenarioschrijvers Winnie Holzman en Dana Fox gelukt om met hun (geadapteerde) verhaal over de buitengewone inwoners en de spectaculaire wereld van Oz een blijvende indruk achter te laten. Er kan zelfs gezegd worden dat Wicked, naast filmklassieker The Wizard of Oz (1939), het dichtst bij het ware fantasierijke karakter van de wereld van Oz komt. Dit is grotendeels te danken aan het feit dat de regisseur en scenarioschrijvers het originele verhaal van de eerste helft van het theatermusical meer diepgang hebben gegeven. De film bevat niet toegevoegde of uitgerekte scènes puur voor de reden om de film een langere speelduur te geven. Wicked gebruikt zijn relatief lange speelduur (van 161 minuten) om de thema’s en karakterontwikkelingen van het verhaal uit te diepen. Het voegt ook meer diepgang toe aan belangrijke karaktermomenten en durft langer bij de zwaarte van deze momenten stil te staan – zelfs al breekt het soms het tempo en de structuur van het verhaal. Dat Wicked het verhaal van de theatermusical weet te verrijken, ligt hoogstwaarschijnlijk ook aan het feit dat Holzman aan zowel de theatermusical als de filmadaptatie heeft gewerkt.
Food for Profit is een hartverscheurende en aangrijpende documentairefilm die verkent hoe mensen (met macht) een onmenselijke houding hebben tegenover dierenwelzijn, klimaatbescherming en de algehele volksgezondheid. De Italiaanse documentairefilm werkt als een doorgrond filmisch onderzoek dat laat zien hoe redelijk veel (machtige) mensen veedieren alleen als objecten zien. Regisseurs Giulia Innocenzi en Pablo D’Ambrosi bepleiten dat mensen met (veel) geld en macht doen wat ze doen, omdat ze het kunnen doen: ze hebben niet voor niets het geld en de macht ervoor. Food for Profit stelt de confronterende vraag of de bevolking wel leeft in een democratie als een grote hoeveelheid lobbyisten veel invloed kan uitoefenen op het Europese beleid en wetgeving. De verbluffende documentairefilm laat de monsterlijke en beestachtige kanten van de mensheid zien. Dit doen de filmmakers niet door een enkele rotte appel uit het politieke en industriële systeem van de agrifoodsector te belichten. In plaats daarvan leggen Innocenzi en D’Ambrosi het hele corrupte systeem bloot. Hierdoor komt de realiteit van een Europese samenleving dat steeds meer lijkt te leven onder het bewind van een zogenaamde “lobbycratie” pijnlijk dichtbij.