Regisseur Jessica Woodworth lijkt met haar speelfilm Luka meer dan alleen een verfilming van Dino Buzatti’s boek De Woestijn van de Tartaren neergezet te willen hebben. Door het gebruik van grootse sets, bijzondere locaties en uitstekende productieontwerpen heeft Woodworth geprobeerd een eigen fantasierijke zwart-wit filmwereld neer te zetten. Luka lijkt als film ook elementen genomen te hebben van andere verhalen met grootse werelden – van Frank Herbert’s Dune en Suzanne Collins’ The Hunger Games tot J.R.R. Tolkien’s The Lord of the Rings. Woodworth heeft geprobeerd om een Vlaams epos te scheppen en dat mag zeker gewaardeerd worden. Het titulaire en gelijknamige hoofdpersonage weet in de film iedereens aandacht te pakken. Spijtig genoeg kan niet hetzelfde gezegd worden over de aandacht van het filmpubliek. Luka is als speelfilm “all talk and no action.” In andere woorden: Woodworth laat de personages veel mysterieuze onderwerpen bespreken en belooft veel grandiose verhaallijnen, maar er wordt maar weinig echt waargemaakt van deze veelbelovende woorden. De dialogen en verhaallijnen zijn net zoals de namen van de personages en de plaatsnamen niet bepaald memorabel. Woodworth maakt voor een visueel aangrijpende film ironisch genoeg te weinig gebruik van de filmregel “show, don’t tell.” De regisseur legt de focus op het raadselachtige praten en rituelen die uit een compleet andere wereld komen. Het filmverhaal wordt als legendarisch en groots neergezet. Spijtig genoeg voor Woodworth gaan deze twee elementen helemaal niet goed samen met haar experimentele regievisie. Wat overblijft is een film te abstract en experimenteel om in deze vorm van verhalen vertellen serieus te nemen.
In de door Lila Avilés geregisseerde dramafilm Tótem staat een grote Mexicaanse familie stil bij de verjaardag van hun ongeneeslijk zieke familielid Tona. De familie viert zijn verjaardag groots. Zo bakt Tona’s zus ook een bijzondere taart voor hem waarop het prachtige, maar melancholische Vincent van Gogh schilderij The Starry Night afgebeeld staat. The Starry Night is direct ook een prachtige metafoor voor dit filmverhaal. Dit schilderij weerspiegelt niet alleen Van Goghs directe observaties van zijn uitzicht op het landschap vanuit zijn raam, maar ook de herinneringen en emoties die dit uitzicht bij hem opriep. Avilés presenteert met Tótem ook een direct en aangrijpend portret van een familie dat moet leren om te gaan met het feit dat een van hun ongeneeslijk ziek is. Tegelijkertijd roept het memorabele filmverhaal ook warme en melancholische emoties op bij zowel de personages als het filmpubliek. De filmmakers stellen verder de vraag of familieleden de wensen van de ongeneeslijk zieke persoon moeten volgen of dat ze moeten aansturen op een proces wat volgens henzelf beter zou zijn. Avilés lijkt het filmpubliek te presenteren met de vraag of dit niet zelfzuchtig is. Zonder een duidelijk oordeel te vellen, laten de filmmakers de individuele filmtoeschouwers deze vraag zelf beantwoorden. De cast en crew spelen namelijk ook in op de dualiteit en imperfecties van de mensheid. Tótem laat zo de tweestrijd zien tussen het ondernemen van acties onder goede intenties waar soms persoonlijke motieven bij komen te kijken. Ook is er tweestrijd terug te vinden in de emoties die de personages (en filmtoeschouwers) zullen voelen over het vieren van een feest voor Tona. Ondanks dat Tótem een iets te gedramatiseerd einde bevat, weten de cast en crew toch een meesterlijke speelfilm neer te zetten dat op een deprimerende manier het leven weet te vieren.
Cobweb oogt visueel interessant en duister. Het is daarom ook extra jammer dat het scenario een ongeïnspireerd en rommelig verhaal bevat. Chris Thomas Devlins scenario van Cobweb kwam in 2018 op The Black List te staan. The Black List is een jaarlijkse lijst waarop de “geliefdste” filmscenario’s die nog niet geproduceerd zijn op komen te staan. Dit zijn niet noodzakelijkerwijs de beste filmscenario’s, maar eerder de geliefdste. Dit is ook terug te zien aan de kwaliteit van het filmscenario van Cobweb. Het verhaal is nogal cliché, schiet alle kanten op en doet niets merkwaardigs met de plotwendingen die het zijn filmtoeschouwers voorschotelt. Samuel Bodins regiedebuut ziet er op visueel vlak als een prima thriller en horrorfilm uit. Bodins regievisie en het camerawerk van cinematograaf Philip Lozano leveren een visueel angstaanjagende sfeer tot de film. Cobweb is dan ook wel geschikt als je dol bent op griezelige films, waarbij je je verstand op nul kunt zetten en simpelweg kunt genieten van een spannende horrorfilm.
Casper en Emma en de Gouden Ring is een zomerse muzikale film waar familieplezier en vriendschap centraal staan. Ondanks dat deze Noorse familiefilm vermakelijk is, kan er zeker gezegd worden dat dit geen meesterlijke kinderfilm is. Dat hoeft de film in principe ook niet te zijn. De cast en crew lijken dit te hebben geweten. Ze hebben daarom de focus gelegd op het vertellen van een zo’n vermakelijk, avontuurlijk en humoristisch filmverhaal. Casper en Emma en de Gouden Ring mag als film dan cliché en niet bepaald buitengewoon zijn, maar het slaagt er wel in om het hele gezin te vermaken. Casper en Emma en de Gouden Ring bevat daarnaast een mooi thema over het accepteren van je leeftijd. Regisseur Marianne Sand laat sterk zien hoe ouder worden lastig kan zijn. Sand speelt hierbij ook met een narratief waarin een van de personages zijn innerlijke jeugdigheid terug weet te vinden, terwijl hetzelfde personage ook het levensproces van ouder worden, leert te accepteren. Casper en Emma en de Gouden Ring speelt niet alleen met een avontuurlijk filmverhaal vol ontdekkingen rondom Atlantis, maar ook met de melancholische complexiteit van ouder worden. Ook spelen vriendschap en familie een belangrijke rol in deze Noorse kinderfilm. Doordat Casper en Emma en de Gouden Ring zowel onderwerpen voor volwassenen en (jonge) kinderen bevat, kan ik vol overtuiging zeggen dat dit een leuke familiefilm is. De film is niet een filmisch hoogstandje, maar wel een vermakelijke film dat geschikt is voor een leuk familie-uitje.
Christopher Nolans nieuwste film Oppenheimer is een groot succes. Zo heeft de film wereldwijd al ruim 569 miljoen Amerikaanse dollars opgebracht. Hiermee is Oppenheimer de (Amerikaanse) film over de Tweede Wereldoorlog met de hoogste bioscoopomzet aller tijden geworden. De iconische filmmaker en regisseur verslaat hiermee zijn eerder uitgekomen eigen film Dunkirk. Dunkirk was hiervoor de Tweede Wereldoorlog film met de hoogste bioscoopomzet aller tijden. Zo bracht die film ruim 527 miljoen Amerikaanse dollars op. Oppenheimer heeft ook al meer bioscoopomzet opgebracht dan Steven Spielbergs oorlogsfilm klassieker Saving Private Ryan. Deze Spielberg film staat met een opbrengst van ruim 482 miljoen Amerikaanse dollars op de derde plaats van Tweede Wereldoorlog films met de hoogste bioscoopomzet aller tijden. Oppenheimer is niet alleen een commercieel succes. Nolans nieuwste film wordt ook uitstekend ontvangen door recensenten. Daarnaast lijkt ook het alledaagse filmpubliek onder de indruk te zijn van Oppenheimer. Maar wat maakt Nolans nieuwste film zo’n groot succes? Is het deels te danken aan de marketing hype die het ontving samen met Greta Gerwigs Barbie film? Voor een bepaald deel zal dit zeker het geval zijn geweest. Toch heb ik zelf het gevoel dat het succes van Oppenheimer meer te danken is aan de grootse naam die Nolan voor zichzelf heeft weten te maken. Met films als The Dark Knight, Inception en Interstellar heeft de filmmaker zichzelf weten te vestigen als een gerenommeerd filmmaker. Daarnaast lijken filmtoeschouwers op zoek te zijn naar originelere genrefilms. Het afgelopen jaar heeft laten zien hoe de normaal sterk bezochte superhelden films het zwaarder verduren te hebben gekregen. De sterk bezochte superhelden films zijn omgewisseld voor een diverse reeks van sterk bezochte speelfilms. Zo lijkt het succes van films als Barbie en The Super Mario Bros. Movie te vertonen dat filmtoeschouwers op zoek zijn naar nieuwe potentiële filmfranchises. Het succes van vervolgen als Creed III en John Wick: Chapter 4 laat zien dat een groot filmpubliek zeker interesse heeft om vervolgen in een langer lopende filmfranchise te bezoeken. De wens naar kwalitatief en innovatief sterke blockbusters werkt nauw samen met de releasedata van deze films. Door films als Creed III en John Wick: Chapter 4 in rustigere maanden te plaatsen, hebben deze films de kans gehad om zo’n succes te worden. Hierbij heeft mond-tot-mondreclame ook een belangrijke rol gespeeld. Het is bizar dat Oppenheimer – een biografische thriller en dramafilm over de vader van de atoombom – het zo goed doet tijdens enkele van de drukst bezochte filmmaanden van het jaar. Het is bijna een ongekend wonder. Het succes van Oppenheimer lijkt aan meerdere redenen te danken te zijn, waarvan de grootste toch wel de kwaliteit van de film lijkt te zijn. Zo lukt het Nolan om in zijn nieuwste speelfilm om het titulaire hoofdpersonage net zo raadselachtig en mysterieus te portretteren als de massamoordwapens waarvoor hij bekend is komen te staan. Nolan laat met Oppenheimer zien dat er niet genoeg woorden – of eerder dialogen en visuele beelden – zijn die J. Robert Oppenheimers leven kunnen omvatten. Nolans nieuwste speelfilm is zeker een meesterwerk met gebreken. Dit neemt niet weg dat Oppenheimer een film is die de wereld niet snel zal vergeten – net zoals de echt gebeurde evenementen uit deze biografische film niet vergeten zijn tot op de dag van vandaag.
Nummer achttien – the breath of life is een film met enkele hartverwarmende en ontroerende momenten. Je kunt hierbij denken aan momenten zoals wanneer een vriend van filmmaker Guido van der Werve een kinderboek voorleest, terwijl Van der Werve in het ziekenhuis (na een verkeersongeluk) ligt. Dit soort kleine momenten voelen echt, ontroerend en mooi aan. Het feit dat de vriend, die het boek voorleest, verschillende stemmen opdoet voor de diverse personages uit het kinderboek, laat zien dat Van der Werve een goed oog voor detail kan hebben. Helaas miste ik tijdens het kijken van Nummer achttien – the breath of life meer van dit soort kleine en mooie momenten. Van der Werve lijkt zijn eerste speelfilm te groots te hebben aangepakt. Ik heb respect voor de videokunstenaar en filmmaker, want hij probeert zijn traumatische gebeurtenissen uit zijn verleden filmisch aan te pakken. Maar als puntje bij paaltje komt, moet ik als recensent eerlijk blijven en toegeven dat ik Nummer achttien – the breath of life niet bepaald een goede film vind. Het komt over alsof Van der Werve het publiek opzadelt met een heleboel onnodige navertellingen van gebeurtenissen uit zijn verleden. Nummer achttien – the breath of life lijkt meer weer te geven van de gedeprimeerde en existentiële geaardheid van de filmmaker, dan dat het een poëtisch onderzoek is naar zichzelf. Vanaf de start van de film heeft Van der Werve een bepaald beeld voor zich over wie hij is. Dit komt niet natuurlijk, waardoor de film in zijn verhaal pretentieus en zelfverheerlijkt overkomt.
Na het kijken van een Fijn Weekend zul je niet bepaald achterblijven met… een fijn weekend. Sorry, deze slechte woordgrap moest er even uit. Maar bekijk het zo: deze slechte woordgrap levert nog betere komedie dan deze nieuwe Nederlandse film. En dat is best jammer om te moeten toe geven, want de film bevat enkele creatieve elementen, waaronder een nieuw soort Olympisch spel. Daarnaast lijkt regisseur Jon Karthaus te hebben geprobeerd om een nieuw soort Nederlandse film neer te zetten, waarin onderwerpen als de dood, vriendschap en liefde (meer) centraal staan. Hierbij ligt de klemtoon vooral op het woord “geprobeerd”, want het is Karthaus niet gelukt om zo’n baanbrekende of vernieuwende film te maken. In plaats daarvan zijn we achtergebleven met een typisch Nederlandse film. Het soort Nederlandse film met een cliché verhaal wat gelijk staat aan het cliché moment dat een personage uit woede gefrustreerd op de tafel slaat, om een punt te maken. Grappig genoeg is deze frustratie precies wat ik ervaarde tijdens het kijken van Fijn Weekend. Want ondanks enkele creatieve elementen en degelijke verhaalideeën, bevat deze film maar weinig andere positieve punten.
Druk is een Deense tragikomedie film uit 2020. De internationale titel van de film is Another Round en de film is geregisseerd door Thomas Vinterberg. Hij heeft ook samen met Tobias Lindholm aan het scenario gewerkt. De film is een internationale coproductie tussen Denemarken, Nederland en Zweden. De hoofdrollen worden gespeeld door Mads Mikkelsen, Thomas Bo Larsen, Magnus Millang en Lars Ranthe. Druk staat in het Deens voor de term “binge drinking”. Dit kan vergeleken worden met de Nederlandse term; coma zuipen. De film vertelt het verhaal van Martin en zijn drie vrienden. Ze zijn naast vrienden ook alle collega’s van elkaar en werken op dezelfde middelbare school. De vier vrienden houden een experiment waarbij ze de hele dag een constant en weloverwogen alcoholpromillage in hun systeem handhaven. Ze doen dit omdat een theorie suggereert dat een bescheiden hoeveelheid alcohol in je bloed geestverruimend kan werken. De eerste resultaten zijn positief, maar het wordt steeds moeilijker om controle over de situatie te behouden. Uiteindelijk blijkt het experiment grotere gevolgen met zich mee te brengen dan verwacht. Druk is nu te zien in de Nederlandse bioscopen.