Five Nights at Freddy’s is een Amerikaanse bovennatuurlijke horrorfilm die vooral geschikt is voor de fans van de gamereeks waarop de film is gebaseerd. In de kinderlijke horrorfilm, die het meest lijkt op een rip-off van de Saw franchise, zien we namelijk ook hoe een bewaker aan zijn nieuwe baan bij Freddy Fazbear’s Pizza begint. Net zoals in de gelijknamige games begint het scherm al te haperen, terwijl de film opent met de logo’s van de filmdistributeurs. De referentie werkt niet alleen als een duidelijk eerbetoon aan de games. Zo recreëert het ook de spannende sfeer van de games. De film opent spannend, maar niet bepaald spectaculair of origineel. Gedurende film worden diverse montagetechnieken en filmische trucjes gebruikt om Five Nights at Freddy’s zoveel mogelijk te laten lijken op de gamereeks waarop het gebaseerd is. Wanneer het hoofdpersonage begint te werken bij Freddy Fazbear’s Pizza wordt er ook gebruik gemaakt van een rappe afwisseling tussen de beelden van de beveiligingscamera’s. De film weet hiermee goed de gevoelens van machteloosheid en onontkoombaarheid uit de games over te nemen. In de gameverfilming keert ook het welbekende schrikmoment terug waarin een van de animatronics op een slachtoffer afrent en in zijn gezicht schreeuwt. Wat betreft gameverfilmingen blijft Five Nights at Freddy’s dus trouw aan het bronmateriaal en de geschiedenis van de games. Fans zullen met een gerust hart, en misschien zelfs met een trots gevoel, toe kunnen kijken naar Five Nights at Freddy’s. Filmtoeschouwers die onbekend zijn met de gamereeks of geen fan zijn van de videogames, zullen de film eerder ervaren als de zoveelste mislukte horrorfilm met een identiteitscrisis. Five Nights at Freddy’s oogt namelijk regelmatig eerder als een dramafilm. Bovendien komen de schrikmomenten en de zogenaamde angstaanjagende filmscènes eerder (onbedoeld) hilarisch dan eng over. De door Blumhouse Productions en Scott Cawthon Productions geproduceerde film is net zoals de game niet bepaald een artistiek hoogstandje uit het horrorgenre.
The Nun is een typische horrorfilm. Opvallende filmtoeschouwers en horrorliefhebbers zullen direct doorhebben wanneer een schrikmoment (een zogeheten jumpscare) zal opkomen. Wanneer de filmmuziek en al het andere geluid verdwijnt, kun je iets engs verwachten. Of dit nu echt eng genoemd kan worden is een verhaal. The Nun probeert een eng filmverhaal te leveren, maar ze komen niet heel ver. Voor een horrorfilm uit de populaire horrorfranchise The Conjuring is de film onnatuurlijk saai. The Nun is niet eng en bevat herhalende anticlimax filmmomenten met de kwaadaardige non Valak. De film bevat wel interessante concepten en ideeën voor angstaanjagende filmmomenten. Het levend begraven worden nadat je in een doodskist bent gevallen, is conceptueel best eng. In de uitvoering van dit soort filmscènes worden de momenten minder eng gemaakt. Zo wordt de persoon in kwestie al snel gered door een non die een cheat code gebruikt om haar zintuigen te versterken en te achterhalen in welk graf dit personage gevangen zit. De inclusie van dit soort belachelijke keuzes zorgt ervoor dat The Nun tegelijkertijd amateuristisch en hilarisch overkomt. Bovendien kan de film ook nog voorspelbaar genoemd worden. Het cliché moment van een radio die kalme en rustgevende muziek uit zichzelf begint af te spelen, komt uiteraard voor in The Nun. Niets lijkt origineel te zijn in deze film, maar gelukkig bevat The Nun wel nog enkele pluspunten. Het werk van productieontwerper Jennifer Spence en kostuumontwerper Sarn Gilham zijn daar goede voorbeelden van. Het einde van de film is het beste aspect. Niet omdat de film dan afgelopen is, maar omdat de filmmakers het einde van deze film op een bijzondere manier weten te verbinden met het verhaal van The Conjuring (2013). Spijtig genoeg zijn de pluspunten en de potentie van de film verreweg niet genoeg om The Nun een sterke of überhaupt vermakelijke horrorfilm te maken. Als film is The Nun net zo’n misbaksel als hoe de demonische non Valak eruit ziet.
The Conjuring: The Devil Made Me Do It wordt door redelijk wat filmliefhebbers en recensenten beschouwd als het minste deel uit deze bovennatuurlijke horror filmtrilogie. En om heel eerlijk te zijn, ben ik het ook hiermee eens. De grootste reden dat deze film wat tegenvalt, is het feit dat James Wan de film niet heeft geregisseerd. Tijdens het kijken van de film mis je gewoon zijn excentrieke regievisie en uitzonderlijke regiestijl. Nieuwkomer Michael Chaves doet het zeker niet slecht als regisseur, maar ver boven een gemiddelde prestatie komt hij met zijn regiewerk niet echt. Gelukkig is The Conjuring: The Devil Made Me Do It niet een slechte film. De film bevat genoeg punten die je (terecht) kunt bekritiseren – het gemis van Wan en het regiewerk van Chaves zijn daar twee voorbeelden van. Toch bevat deze derde film uit The Conjuring filmreeks ook genoeg pluspunten die de film toch nog goed – of in ieder geval redelijk – maken. Zo zijn de visuele en speciale effecten weer top. De cinematografie van Michael Burgess bevat diepere lagen en weet goed de sfeer van de filmwereld weer te geven. Het zijn uiteindelijk vooral de acteerprestaties van hoofdrolspelers Patrick Wilson en Vera Farmiga die de film toch goed weten te maken. Ook mag er zeker gezegd worden dat geluidsafdeling briljant werk aflevert!
Deadstream is voor een lowbudget found footage horror komediefilm verrassend angstaanjagend en hilarisch. De film bevat een sterke balans tussen gruwelijke horror en grappige satire. Het is mooi om te zien hoe deze lowbudgetfilm zo goed omarmd wordt in Nederland. Zo is de film niet alleen te zien bij de Halloween Horror Show op zaterdag 29 oktober, maar ook bij het Imagine Fantastic Film Festival op 1 november om 21.45. Daarnaast is Deadstream ook te aanschouwen bij het Leiden International Film Festival op (onder andere) 10 november om 21.15. De film is een sterke aanrader voor mensen die dol zijn op (low budget) found footage bovennatuurlijke horrorfilms. Daarnaast zullen filmliefhebbers en fans van satire en (horror) komediefilms ook een mooie tijd hebben met deze film. Dit komt doordat Deadstream ook een over de top satire is over de (online) cancel culture dat plaatsvindt op sociale media. Deadstream is zeker geen perfecte film, maar daar streven de filmmakers ook niet naar. Ze willen je vooral bang maken met hun gruwelijke horrorfilm en, wanneer mogelijk, laten nadenken over de thema’s uit de film.
Met mijn eerste Halloween Filmmaand Special wil ik dit jaar in oktober meerdere horror-, thriller-, en monsterfilms recenseren of tippen. Dit keer recenseer ik de bovennatuurlijke horrorfilm The Conjuring 2. De film staat in het Verenigd Koninkrijk ook wel bekend als The Conjuring 2: The Enfield Case. Het doel van een horrorfilm is regelmatig om echte schrikreacties op te brengen. Met schrikreacties bedoel ik niet alleen de daadwerkelijke schrik, maar ook de onderliggende spanning en angst die bij je op kan komen tijdens het kijken van een enge film. De eerste film uit The Conjuring filmreeks wordt door een redelijk aantal filmliefhebbers en recensenten (terecht) beschouwd als een van de beste moderne horrorfilms. The Conjuring uit 2013 zit als film niet alleen goed in elkaar, maar weet daarnaast ook nog oprecht angstaanjagend en spannend te zijn. Er lag dus een moeilijke taak klaar voor terugkerende regisseur James Wan om met The Conjuring 2 het publiek minstens net zo bang te maken als dat hij deed met het eerste deel. Het bizarre is dat dit hem nog gelukt is ook.