Marlowe bevat een nogal nietszeggend verhaal en een – zachtjes uitgedrukt – rommelige regievisie. Toch moet ik eerlijk toegeven dat ik tot op zekere hoogte wel heb genoten van het kijken van deze film. Marlowe is als film verreweg van perfect. Sterker nog, de film is niet bepaald heel goed te noemen, maar dit neemt niet weg dat ik toch wat plezier uit deze film heb kunnen halen. Dit is grotendeels te danken aan het acteerwerk van de cast en het visuele uiterlijk van deze filmwereld. Van de cast steelt hoofdrolspeler Liam Neeson uiteraard de show. Neeson is ondertussen al boven de zeventig jaar oud. De acteur benadrukt met een stuk dialoog van zijn personage Philip Marlowe dat hij te oud wordt voor dit soort zaken. Toch weet Neeson als zeventigplusser een bepaalde vorm van flexibiliteit en speelsheid te vinden. De acteur lijkt te weten dat hij op leeftijd is en gebruikt dit in Marlowe als zijn kracht. Neeson en regisseur Neil Jordan zijn ervan overtuigd dat de filmtoeschouwers weten wie de hoofdrolspeler is. Sterker nog, ze gaan ervan uit dat hij de grootste reden is dat je zult kijken en genieten van deze film. En daar hebben ze zeker een punt. Neeson is een icoon en de cast (en crew) weten van dit feit op de juiste manier gebruik te maken. Toch bevat Marlowe, zoals ik al eerder zei, een nogal slap verhaal. Of eerder: de film bevat amper een verhaal. Marlowe bevat wel elementen die uitgewerkt hadden kunnen worden tot iets groots en spectaculairs, maar in plaats daarvan eindigt de film als een soort testament en eerbetoon naar soortgelijke films die deze grootsheid wel hebben weten te bereiken.
Munch is het soort film dat behoort tot een subgenre van historische en biografische dramafilms die gaan over kunstenaars. Net zoals soortgelijke films – denk aan At Eternity’s Gate en Lust for Life – weet de film schoonheid te vinden in het (regelmatig) sombere leven van een kunstenaar. In dit geval is de kunstenaar is kwestie niemand minder dan Edvard Munch. Filmmaker en regisseur Henrik Martin Dahlsbakken weet met zijn film in te spelen op de prachtige aard van melancholische herinneringen die als flitsen voorbij schieten terwijl je terugkijkt op het leven. De regisseur bewandelt met zijn film Munch een onconventioneel pad wat betreft biografische en historische dramafilms over kunstenaars. Martin Dahlsbakken legt in zijn film de focus niet op het verhaal van Munchs leven. In plaats daarvan gebruikt hij de film – en het bijhorende verhaal – om de diepgewortelde emoties van een van de grootste kunstenaars aller tijden te bestuderen. Acteur Alfred Ekker Strande, die de jongvolwassen en 21-jarige versie van de kunstenaar speelt, zegt in de film: “Sometimes, the plot isn’t the most important thing. It’s more about finding a certain frequency or one specific emotion.” De regisseur streeft ernaar dit te bereiken met Munch. En raad eens? Dit lukt hem ook nog eens. Martin Dahlsbakken weet op een briljante manier de hoopvolle melancholische geaardheid van Edvard Munch de rode draad van zijn speelfilm te maken. Doordat het verhaal van de film op de tweede plaats komt te staan, bevat Munch wel wat structurele problemen in het verhaalverloop en het tempo van het verhaal. Hierdoor kunnen filmtoeschouwers op enkele momenten verward naar het scherm kijken. Dit kritiekpunt mag dan, voor mij, een van de weinige minpunten zijn aan de speelfilm, maar het is wel direct een grote.
John Wick: Chapter 4 geeft zijn filmpubliek een niet te stoppen en constante adrenalinestoot. De film is hiermee een hoogtepunt geworden uit het genre van de actiefilm. John Wick: Chapter 4 levert knettergekke spektakelstukken vol bizarre actiescènes waarbij meerdere “immovable objects” een “unstoppable force” tegenkomen. De niet te stoppen kracht die deze onbeweeglijke objecten (of eerder mensen) tegenkomen, is uiteraard niemand minder dan John Wick. Naast meerdere indrukwekkende actiescènes bevat deze vierde John Wick film ook uitstekend stuntwerk. Regisseur Chad Stahelski en stunt coördinator Scott Rogers leveren met John Wick: Chapter 4 een duidelijke oproep waarom stuntwerk meer gerenommeerd en gevierd hoort te worden. Stuntwerk is een vak apart, maar net zoals bijvoorbeeld motion capture acteerwerk en animatie, wordt deze belangrijke toevoeging aan het filmlandschap nog regelmatig ondergewaardeerd. Voordat Stahelski de John Wick films regisseerde, was de Amerikaan vooral actief als stunt coördinator. Dat de vier John Wick films dus uitstekend stuntwerk, stunt choreografie en actiescènes bevatten, is niet bepaald apart. Stahelski nam zijn kennis mee als stuntman en paste dit als regisseur toe over de vier John Wick films. Bij elke film worden de stunts grootser, spectaculairder en intenser. Dit is waarschijnlijk te danken aan het feit dat Stahelski zowel als stuntman en regisseur is gegroeid per uitgebrachte film. John Wick: Chapter 4 is hiermee dan ook zijn juweel dat als een bekroonde kers op een taart staat. Simpel gezegd: deze vierde film uit deze franchise is overduidelijk het beste geregisseerde deel.
Guardians of the Galaxy Vol. 3 had geen gemakkelijke taak voor zich. Zo moest deze derde Guardians of the Galaxy film het verhaal van deze groep superhelden en buitenbeentjes zo goed mogelijk concluderen. Daarnaast moet regisseur James Gunn met deze film het pad vervolgen dat de gebroeders Russo in hun films Avengers: Infinity War en Avengers: Endgame had uitgestippeld. Nu blijkt het te zijn dat dit een pad is dat Gunn liever anders had gezien. Zo liet de filmmaker recent weten dat hij niet blij was met de manier waarop zijn Guardians of the Galaxy gebruikt zijn in de laatste twee Avengers films. Naast een vervolg op de Guardians of the Galaxy films en de Avengers films, moest Guardians of the Galaxy Vol. 3 ook, zo ver als mogelijk, een losstaand verhaal kunnen vertellen. Gelukkig is Gunn niet onbekend met het maken van superhelden films. De filmmaker weet dan ook met vlag en wimpel te slagen met zijn derde Guardians of the Galaxy film. De filmmaker blijft trouw aan zijn visie voor het verhaal van de Guardians of the Galaxy. Gunn weet hoe hij op zijn manier het verhaal van deze helden kan vervolgen. Voelt Guardians of the Galaxy Vol. 3 regelmatig bomvol aan? Ja, dat kan zeker niet ontkend worden. Maar in context is dit ook niet per se zo raar. Het is de afsluitende film uit een trilogie over een groep superhelden. Deze groep superhelden komen daarnaast ook nog voor in andere films uit het Marvel Cinematic Universe. Hierdoor moet zowel het algehele verhaal van de franchise als het verhaal van deze specifieke superhelden groep en het verhaal van elke individuele superheld zo goed mogelijk afgerond zien te worden. Dus ja, Guardians of the Galaxy Vol. 3 bevat als een film een bomvol verhaal en een terugkerend rommelige narratieve structuur. Maar dit maakt de film niet direct slecht of überhaupt minder goed. Guardians of the Galaxy Vol. 3 is simpelweg een ode aan de imperfecte superhelden en filmische personages. Hierdoor is het ook makkelijker te accepteren dat het filmverhaal zelf ook imperfect is. Ondanks dat de film dus een rommelige structuur en tempo in zijn verhaal bevat, blijft deze derde Guardians of the Galaxy film ook meesterlijk goed uitgewerkt.
De Franse filmmaker Alain Ughetto werkte ruim negen jaar aan zijn nieuwste film No Dogs or Italians Allowed. Dit is ook terug te zien aan de kwaliteit van deze bijzondere stop-motion klei-animatiefilm. Ughetto heeft een prachtige animatiefilm gemaakt waarin hij met gelaagde diepgang ingaat op de geschiedenis van zijn grootouders. Daarnaast weet de filmmaker met zijn stop-motion animatiefilm bijzonder goed in te spelen op de magie van vormen en materialen. Ughetto maakt op enkele momenten gebruik van opnames en beelden van locaties uit onze echte wereld. Daarbij laat de filmmaker zien hoe materialen en voorwerpen, uit de woonplaats van zijn voorouders, herbruikt kunnen worden om hun verhaal te vertellen in deze animatiefilm. Dit is een gewaagde keuze geweest, maar gelukkig voor Ughetto pakt deze keuze buitengewoon goed uit.
Regisseur Isoeb Bliadze probeert met zijn dramafilm A Room of My Own een verhaal te vertellen waarin het hoofdpersonage leert dat ze niet afhankelijk is van mannen om haar eigen keuzes te maken. Hierbij ligt de klemtoon op het woord “proberen”, want de regisseur weet dit niet goed weer te geven. A Room of My Own oogt juist eerder als het soort film waarin onbedoeld wordt weergegeven, wat het betekent om als jongvolwassene afhankelijk te zijn van een (in eerste instantie onbekende) leeftijdsgenoot. In plaats van dat thema’s als vrouwenemancipatie en zusterschap sterk aanbod komen, krijgen we eerder te zien hoe een extrovert een nieuwe introverte huisgenoot “adopteert”. In andere woorden: A Room of My Own schept een degelijk beeld van hoe huisgenoten, ondanks hun verschillende persoonlijkheden en levensstijlen, toch bevriend met elkaar kunnen raken. Bliadze laat zelfs zien dat een extrovert er voor kan zorgen dat een introvert iets meer uit (in dit geval) haar schelp kan kruipen. Het is jammer dat de focus van het verhaal op de verkeerde aspecten ligt, want in de basis zijn de kleinere verhaallijnen beter onderbouwd. Het verhaal wat de filmmakers nu proberen te vertellen oogt als een leeg omhulsel. In eerste instantie raak je enthousiast – een film over twee huisgenotes, waarin thema’s als lust, liefde en zusterschap voorbij komen? Count me in! Al snel blijkt niets minder waar te zijn. A Room of My Own gaat te braaf om met deze onderwerpen, waardoor de momenten van seksuele oriëntatie, lust en liefde in context te geseksualiseerd, ongepast en niet doeltreffend overkomen. A Room of My Own oogt nu eerder als een als mislukte porno film met een verwarde identiteitscrisis op narratief vlak.
Banger. is niet bepaald een “banger” geworden. Ik ben zelf banger geworden voor de toekomst van onafhankelijke Tsjechische films door de slechte kwaliteit van deze speelfilm. Twee slechte woordgrappen achter elkaar? Ja, waarom ook niet! Het past toch goed bij de slechte en herhalende tekst uit de zogenaamde raphit van het hoofdpersonage. De film werd op een mobiele telefoon opgenomen in 15 dagen. Een prestatie waar de cast en crew normaliter zeker trots op mogen zijn. Ondanks dat ik deze creatieve keuze waardeer en in context begrijp, blijf ik Banger. een belabberd slechte film vinden. Zo oogt deze Tsjechische muzikale dramafilm juist amateuristisch, in plaats van origineel. Het helpt de film ook niet dat het verhaal een buitengewoon pessimistische weergave op de jongerenwereld in Praag weergeeft. Er zijn geen protagonisten of antagonisten in Banger. Alleen drugsverslaafden, verwarde jongeren die geromantiseerde roem achtervolgen en een enkele antiheld komen voor in deze film. De weergave op de jongerenwereld in Praag is hierdoor niet alleen pessimistisch, maar ook deprimerend, onrealistisch en (voornamelijk) saai.
Grenzeloos Verraad is een redelijk goed Nederlandse speelfilm. De filmmakers weten met een klein budget van 300.000 euro’s een overtuigende, interessante en gelaagde oorlogsfilm neer te zetten. Ondanks dat de film zeker niet perfect of fantastisch is, bevat Grenzeloos Verraad genoeg pluspunten. Zo zijn hoofdrolspelers Peter Nillesen en Dirk Gunther Mohr een genot om te aanschouwen, waarbij hun aanhoudende rivaliteit en vijandigheid behoren tot de hoogtepunten van het verhaal. Grenzeloos Verraad weet daarnaast, ondanks een kleiner budget, een geloofwaardige en realistische tijdsetting te scheppen. Dit is niet alleen te danken aan de prachtige en thematisch sterke cinematografie, maar ook aan de rappe montage en andere aspecten als de set decoraties en kostuumontwerpen. Bevat Grenzeloos Verraad verder nog typisch Nederlands overdreven of (over-)gedramatiseerd acteerwerk? Helaas wel. Het verhaal zelf is ook niet zonder zijn clichés. Deze twee aspecten maken de speelfilm echter niet direct onprofessioneel of amateuristisch. Grenzeloos Verraad bevat genoeg elementen waar filmmakers met grotere productiebudgetten nog van kunnen leren. Doordat de cast en crew zelf een klein budget hadden, moesten ze creatiever zijn met het maken van hun film. En de film straalt zeker creativiteit uit, ook al mist er soms wel een laag subtiliteit en originaliteit…
Regisseur Pilar Palomero stelt met haar film La maternal indirect de vraag of een heftig onderwerp genoeg is om een goede film te maken. De filmmaker laat zien dat dit zeker het geval kan zijn als een heftig onderwerp goed verwerkt wordt in een krachtig scenario. Het helpt La maternal ook zeker dat de film belangrijke representatieve en educatieve factoren bevat. Palomero laat niet alleen het moeilijke leven zien van een kind dat opgroeit zonder goede opvoeding of ouderlijke rolmodel. Ze laat ook zien hoe heftig het leven kan zijn als je op een jonge leeftijd zwanger wordt. Palomero laat op een subtiele manier zien welke verantwoordelijkheden en consequenties hierbij komen kijken. De regisseur speelt hierbij ook in op het emotionele aspect van kinderen die niets liever willen dan weer kind zijn. Palomero weet al deze onderwerpen bespreekbaar te maken op een indringende en oprechte manier. La maternal is niet heftig om te shockeren, maar juist om te informeren over de structurele problematiek van generationele verwaarlozing van kinderen. Vooral het aspect dat deze problematiek generatie op generatie wordt doorgeven, is wat La maternal zo aangrijpend echt en intens maakt.
Spare Keys is een kalme film met veel onderliggende thema’s rondom opgroeien in armoede en het toegeëigend krijgen van verantwoordelijkheden op een jonge leeftijd. De film bevat een alledaags verhaal over een wereld vol normale mensen met echte problemen. Of tenminste, zo komt het verhaal van Spare Keys in eerste instantie over. Richting het einde van de eerste akte, wordt de rode draad uit Spare Keys verandert naar de opbloeiende liefde tussen Sophie, een 15-jarig meisje, en Stéphane, de 21-jarige oudere broer van een haar vriendinnen. Wat start als een onschuldige vriendschap, leidt al snel tot een nogal ongemakkelijke liefdesrelatie. Tijdens het kijken van Spare Keys zul je met je handen in je haren zitten en je afvragen waarom de filmmakers een liefdesrelatie tussen een minderjarig meisje en een student normaliseren. Ondanks dat dit overduidelijk een groot minpunt is, weten de cast en crew op enkele vlakken in deze Franse speelfilm toch nog te overtuigen. Het blijft echter moeilijk om de positieve punten te erkennen – vooral als de Franse filmmakers dit soort liefdesrelaties normaliseren en seksualiseren.