All I Had Was Nothingness (2025) – Filmrecensie

Documentairefilm All I Had was Nothingness is een briljant eerbetoon aan het creatieve proces dat filmmaker en journalist Claude Lanzmann doorliep bij het maken van zijn monumentale documentairefilm Shoah (1985). Regisseur Guillaume Ribot gooit je direct de diepte in van Lanzmanns creatieve proces. Hiermee speelt Ribot in op het langdurige karakter van Lanzmanns (obsessieve) missie om zijn film Shoah te maken. De film opent in Lanzmanns auto als hij de radio aanzet waarop Beethovens Symfonie nr. 5 te horen is. Volgens Houston Symphony (en andere muziektheoretici) gaat Beethovens Symfonie nr. 5 over elke zwaarbevochten overwinning die er ooit is geweest of er ooit zal zijn. De keuze om Beethovens Symfonie nr. 5 af te spelen aan het begin van de film is een duidelijk symbool voor de intense en persoonlijke creatieve strijd die Lanzmann voert om zijn film over de Holocaust te maken. Tegelijkertijd symboliseert het gebruik van Beethovens Symfonie nr. 5 ook het creatieve proces van Ribot om het verhaal van de totstandkoming van Shoah met gearchiveerd filmmateriaal goed op beeld te zetten.

Interview | Guillaume Ribot over zijn documentairefilm All I Had Was Nothingness

In 2025 is het tachtig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog tot een einde kwam. Ter gelegenheid hiervan presenteerde de Berlinale 2025 de wereldpremière van de documentairefilm All I Had Was Nothingness. De bijzondere documentairefilm is geregisseerd door de Franse filmmaker Guillaume Ribot. Op 18 februari 2025 mocht ik Ribot interviewen. In All I Had Was Nothingness levert Ribot een eerbetoon aan de meesterlijke documentairefilm Shoah (1985) van filmmaker en journalist Claude Lanzmann. In zijn documentairefilm hoopt Ribot het audiovisuele werk dat Lanzmann leverde met Shoah uit te breiden. Daarnaast hoopt Ribot dat hij met All I Had Was Nothingness een brug kan slaan tussen zijn film en Lanzmanns Shoah, zonder met Shoah te concurreren. Voor het maken van All I Had Was Nothingness maakte Ribot gebruik van Lanzmanns eigen woorden uit zijn memoires en niet eerder vertoonde fragmenten van Lanzmanns filmmateriaal. Ribot zag Shoah voor het eerst in de jaren 1990. Hij was “stomverbaasd, totaal verbijsterd door de vertelkracht, de kracht van het woord en de kracht van het kader.” De Fransman benoemde hoe het bekijken van Shoah in de bioscoop een fysieke en uitputtende ervaring is. “Het is een intellectuele test. Je huilt niet voor Shoah, maar je beleeft een ervaring,” zei hij. Ribot is nu nog steeds onder de indruk van de narratieve kracht van de film. Hierbij heeft hij aangegeven dat de filmische kwaliteit van Shoah niet alleen te danken is aan de kracht van woorden, maar ook aan die van beelden en de bijzondere cinematografen waarmee Lanzmann mee heeft samengewerkt.